De identiteit van Guy Verhofstadt

Europa gaat vooruit. Ondanks alle tegenwind die het Grote Project het voorbije halve decennium heeft ondervonden is er het laatste jaar weer reden tot optimisme. Lissabon gaat van start en dan nog wel met een Belg aan het roer. Daarnaast is het opvallend hoe een ander fenomeen de kop heeft opgestoken: het debat, starring Nicolas Sarkozy en Guy Verhofstadt. De Franse president lanceerde een nationwide discussie over wie en wat die Fransen nu wel zijn. Grotendeels voor intern gebruik natuurlijk, want op die manier probeert hij munitie voor het integratievraagstuk te verzamelen en kiezers van bij Le Pen of Bayrou af te snoepen. We kunnen ons dus vragen stellen bij de motieven, maar er is ten minste op ruime schaal een debat. De mensen worden aangezet om er aan te participeren. Dat dit tot spanningen, verwijten en regelrechte scheldpartijen leidt is onvermijdelijk. Niet iedereen draagt hoffelijkheid hoog in het vaandel of kan op een volwassen wijze een gedachtewisseling voeren en respect voor de opponent opbrengen. Ook het relativeringsvermogen is bij de schepping selectief uitgedeeld. De incarnatie van de indertijd zo geprezen opendebatcultuur stuit keer op keer op beperkingen. Maar goed: in Frankrijk is een debat aan de gang. Het uitwisselen van ideeën blijft niet beperkt tot obscure denktanken, machtscenakels of Zaal F van de Senaat.

Wie initiatief neemt stelt zich kwetsbaar op. De usual suspect stelde het ganse gebeuren in vraag. Guy Verhofstadt ging met een opinieartikel in Le Monde in de clinch met het Franse establishment. In een Europa van de eenentwintigste eeuw heeft het geen zin om in termen van natiestaat te denken en het debat grosso modo binnen de grenzen van het Verdrag van Versailles te voeren. Dit zijn verouderde begrippen en kunnen enkel tot etnocentrisme leiden. We moeten naar een verenigd Europa met vrije individuen, ontvoogd van enige nationale identiteit. Frankrijk mist met dit debat een grote kans. Ondanks een vernietigend commentaar van Bernard Kouchner, de Franse minister van buitenlandse zaken, ging Verhofstadt op zijn elan verder en stelde wat later, de zaken tot in het extreme doortrekkend, dat nationale identiteiten uiteindelijk tot Auschwitz leiden. De Verenigde Staten van Europa, waarmee de voormalige eerste minister zich voor de eerste keer voor een Europese topjob onmogelijk maakte, zijn de uiteindelijke toekomst. Europese waarden en normen moeten die van de natiestaat – of van subnationaliteiten – vervangen. Geen nationalisme, maar internationalisme, gebaseerd op wederzijds respect en verdraagzaamheid. Verhofstadt zag de bui hangen en kocht een paraplu om zich te beschermen tegen de bakken kritiek die op hem gingen vallen.

Inderdaad, nationale identiteiten hebben in het verleden heel wat bloed doen vloeien. Of beter: op nationale identiteiten beroep doende ideologieën en perverse machtsstrategieën deden Europa meer dan eens in brand staan met Dachau, Treblinka en Auschwitz als extreem hallucinant culminatiepunt. Identiteiten, politiek vertaald in nationalisme, zijn kwetsbaar voor misbruik door totalitaire regimes. We moeten in een politieke context dus bijzonder omzichtig omspringen met het begrip. Dat begrip is bovendien niet eenduidig. Er bestaan honderden interpretaties van wat een identiteit precies is. In vele studies wordt het concept op diverse manieren gehanteerd en die zijn vaak incompatibel. Toch zijn er bibliotheken volgeschreven over het identiteitsbegrip en de mate waarin het toepasbaar is op deze of gene groep. Het moet dus wel enige maatschappelijke relevantie hebben. Je kan het niet meteen aan de kant schuiven.

In een grijs verleden heb ik ooit eens een thesis geschreven over de identiteit van de Québécois. Het toonde aan dat spreken over identiteiten een bijzonder complexe aangelegenheid is. De Québécois zijn niet louter te herleiden tot de Franstalige Canadezen. Het zijn eerst en vooral de inwoners van de provincie Québec, die zes miljoen zielen telt die haast integraal aan de oevers van de St. Laurent wonen. Het grootste deel is Franstalig, maar ondertussen zijn ook een grote groep mensen Engelstalig van thuis uit. De oorsprong van de immigranten – dat zijn ze behalve de aboriginal peoples allemaal – bevindt zich inderdaad voornamelijk in Frankrijk, maar intussen is ook Québec een melting pot. Zo wonen in Montréal meer dan tachtig nationaliteiten. De Franstaligen waren van katholieke huize en de Kerk nam, net zoals bij ons, tot diep in de tweede helft van de twintigste eeuw een dominante positie in. Naar buiten toe kwam Québec lange tijd als een Franstalig blok naar voor, want hun taal en cultuur – een groot onderdeel van hun identiteit – was binnen het hoofdzakelijk Angelsaksisch Canada in het bestaan bedreigd. Nationalistische partijen staken de kop op en tot twee keer toe werd een referendum georganiseerd waarbij de inwoners werd gevraagd of ze al dan niet een onafhankelijk Québec wilden of, als alternatief, ze in de Canadese federatie wensten te blijven. Twee keer, in 1980 en 1995, ving men bot. Nu via allerlei akkoorden en mechanismen de Franse taal en achtergrond substantieel wordt beschermd is de roep om onafhankelijkheid fel getemperd. Verwacht wordt dat een derde referendum met een duidelijk “non” de souverainistes definitief het zwijgen zou opleggen. Ze wagen zich er voorlopig niet meer aan. Het komt er op aan om een modus vivendi te vinden. Dit alles bewijst dat identiteit wél een rol speelt en culturele verrijking kan betekenen. Het is toch fascinerend dat er in een Angelsaksische woestijn nog steeds een Franstalige oase met een rijk cultureel erfgoed is. Identiteit op zich is niet vies. Belangrijker is hoe je er zelf mee omgaat. Een nieuwe generatie Québécois is zich bewust van zijn geschiedenis – de leuze is niet toevallig je me souviens – maar ze kijkt ook naar de toekomst in een Canada met grote opportuniteiten.

Het verhaal van Québec brengt ons automatisch naar ons eigen verhaal: wat met de Vlaamse identiteit? Is er überhaupt een Vlaamse identiteit? Ook hierover zijn honderden boeken geschreven en laaien de discussies met veel pathos op. Zelf heb ik nooit enige nood gevoeld om mij hiermee te associëren of voor het zogenaamd Vlaams-zijn op te komen. Het zegt me gewoon niets. Ik hou meer van de open, meertalige Belgische federatie, maar dat is een persoonlijk standpunt. U mag mij zelfs van enige dédain ten opzichte van de (in-)Vlaamse retoriek, hun provincialisme, hun folklore, hun symbolen, hun verhalen, hun voormannen, hun militanten en hun politieke partijen verdenken. What the f***… Je kan echter niet ontkennen dat een deel van de bevolking wel in dit discours wenst mee te lopen en dit als ideaalbeeld ziet. Ik wil hen met plezier proberen te overtuigen van mijn eigen gelijk, dat ook dat Vlaams gevoel een constructie is, maar het heeft per slot van rekening geen zin. Doen ze iets verkeerd met fier te zijn omdat ze Vlaming zijn? Zolang ze zich niet laten meeslepen door die horde platvloerse neofascisten en erkennen dat je ook met een andere huidskleur of een andere culturele achtergrond erbij kan horen mogen ze voor mijn part Vlaming zijn. Identiteit zit voor een groot stuk tussen de oren. Of beter: identiteiten. Men heeft er meerdere: men is Gentenaar in Oost-Vlaanderen, Oost-Vlaming in Vlaanderen, Vlaming in België en Belg in de wereld. Multiple identities.

Nationale en subnationale identiteiten zijn dus een feit en niet meteen een probleem voor de Europese beschaving (mét een joods-christelijke identiteit). Zolang je die goed beheert, ze niet misbruikt en er politiek correct mee omgaat. Aan Nicolas Sarkozy om te bewijzen dat hij dat kan. Moet Guy Verhofstadt dan met lege handen naar huis? Zijn supranationale on-identiteit is iets te vaag om nationale identiteiten op te volgen. Het kadert vooral in een nieuwe aflevering hoe maak ik mij nog maar eens onmogelijk voor een Europese topjob. Verhofstadt toont hiermee aan dat zijn cyclisch politiek gedrag gewoon verder gaat. De ideoloog en de machtspoliticus wisselen elkaar elk decennium af. In de jaren zeventig reisde de inspirerende PVV-Jongerenvoorzitter het ganse land af om iedereen van zijn visionaire ideeën te overtuigen. Als minister van begroting leerde hij de lepe truken kennen en toepassen, maar eenmaal in de oppositie kwam de filosoof weer boven. De burgermanifesten gingen de wereld veranderen. Na de dioxinekippen bewees Guy Verhofstadt opnieuw dat hij een machtspoliticus pur sang was. Nu hij terug met quasi lege handen staat zit hij weer in zijn ideologische fase. Als leider van een al bij al beperkte fractie in het Europees Parlement én grote verliezer bij het uitdelen van de portefeuilles moet hij weer een been hebben om over te klagen. Een idee om de wereld te veranderen. Da joenk blijft zichzelf. Het is nog maar de vraag of dat een slechte zaak is. En plein public inhoudelijke discussies voeren: het is wat anders dan de Europese president openlijk uitschelden. Ik zeg niet meteen nee tegen een stevig debat. Of is de hele zaak één toneelstuk om zijn fractie op de kaart te zetten? Ik zal voor één keer mijn cynisme in de kast stoppen. Trakteer me nu maar op een West-Vleteren, Guy…

Advertenties

0 gedachten over “De identiteit van Guy Verhofstadt

Voeg uw reactie toe

  1. Goed stuk Peter. Da Joenck heeft het contact met moeder aarde naar mijn gevoel de laatste tijd flink verloren. Slechts op één vlak wil ik het wel voor hem opnemen: je hoeft geen fransman te zijn om kritiek te mogen leveren op de nationale identiteit. Dat de Fransen dit argument in de discussie hebben betrokken vind ik ‘pathetic’.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Blog op WordPress.com.

Omhoog ↑

%d bloggers liken dit: