Het uur van de Muur

Soms wou ik dat ik al een decennium ouder was. Was ik in 1969 geboren, dan had ik de Wende ter plekke kunnen meemaken. Intussen heb ik mijn schade ietwat proberen in te halen: we waren op Times Square toen Barack Obama voor het eerst als president werd verkozen en stonden op Maydan toen het inferno op de stadspoorten van Kiev beukte. Maar het blijft een pleister op een houten been. Ik zou die onvergetelijke momenten alsnog willen inruilen voor enkele dagen rond de Muur in november 1989. Cees Nooteboom, die was oud genoeg. Hij had het geluk erbij te zijn en, god bless humanity, te kunnen schrijven. Een vijftal jaar geleden compileerde hij zijn notities (Berlijn, 1989-2009) en ging zo op zoek naar de complexe aard van onze, ondanks alles, ongelooflijk fascinerende oosterburen. Zijn arendsogen schepten verwachtingen. Met tussenpozen vulde hij zijn waarnemingen tot 2009 aan en zag de stad ingrijpend veranderen.

De taalvirtuoos heeft zijn eigen stijl. Woordgegoochel zit in zijn artistiek DNA, maar de ellenlange zigzaggende zinnen zijn niet meteen my cup of tea. Het voert af en toe Louis Neefs ten tonele: geen mens die nog weet hoe het einde begon. Gelukkig vervalt zijn semantische spielerei en de ongebreidelde namedropping niet in pedant gepoch over het eigen intellect. Je kan Duitsland niet typeren zonder Goethe, Luther of Kant aan te halen. Ook de mindere helden speelden hun gebeurlijke rol. En daar heeft Nooteboom gelukkig ogen en oren naar. Naast die Grote Meesters zoomt hij meer dan eens in op de (pseudo-)avant-gardisten die in 1989 en 1990 de grote gebeurtenissen van zich afschreven of afacteerden. Zo getuigt hij over de zwevende student die in zijn kamer privé-voorstellingen van klassieke stukken opvoerde. Dat kon enkel gebeuren in een revolutionaire roes. Kon je tijdens een ontlading van dat kaliber überhaupt nog ratio aan de dag leggen? Naar dat soort momenten was ik bij Nooteboom op zoek, maar telkens de evocatie van die dagen je in de trance van 1989 brengt, temporiseert hij met bijwijlen oneindige misantropische frasen. Je kan als lezer uiteraard niet zonder duiding, maar die is zo overdadig badinerend dat de spanning van de Wende keer na keer terug moet worden opgebouwd, waarna ze vervolgens weer abrupt stopt. Wie een historische hallucinatie zoekt is bij Nooteboom aan het verkeerde adres.

De gebeurtenissen lieten zich uiteraard ook in andere delen van het toen nog verdeelde land voelen. Nooteboom kon het niet vatten dat hij nu zonder problemen dagenlang door de slapende dorpen van de DDR kon rijden. Wat tot enkele ogenblikken voordien nog een illusie leek was plots werkelijkheid geworden. Zo nam hij polshoogte in het enig mooie Rügen, het grootste eiland van de huidige Bondsrepubliek. Jammer genoeg spit hij dat Rügen uit de DDR niet dieper uit. Het was dé plek waar tienduizenden families hun zomer doorbrachten, laverend tussen het mondaine Binz en de ruïnes van de Prora, het gigantische zomerverblijf voor de ‘arbeiders’ van de Nazi’s. Dààr werd de DDR geleefd. Ook Lübeck – in het Westen – onderging bij Nooteboom hetzelfde lot. Hij stopt er eventjes, maar de koningin van de Hanze, die onder meer tijdens de luchtbrug een belangrijke rol speelde, blijft enigszins verweesd achter. Het zijn twee plaatsen die we op onze road trips zelf heel erg gewaardeerd hebben om hun natuur en historisch belang, maar in vierhonderd pagina’s moet je keuzes maken. De trage delen moeten niet met nog meer kabbelende alinea’s worden aangevuld. Het In Memoriam van een staat mag niet vervelen.

Exit DDR dus. Maar hield de verdeling van het land na die derde oktober van 1990 op? In de nineties en de noughties observeerde Nooteboom een kwetsbare evolutie. Hij kan niet om het wederzijdse wantrouwen tussen ossies en wessies heen. Kohl legde al zijn politiek gewicht in de schaal om het land zo snel mogelijk te herenigen, maar volgden Hans, Uwe, Jutta en Beate wel? De scepsis was enorm. Die Ossies zouden met hun Trabis het hard werkende West-Duitsland overspoelen en op die manier de zo minutieus opgebouwde welvaartstaat terroriseren. Of omgekeerd: wat hadden wij, fiere inwoners van de Boeren- en Arbeidersstaat, gemeen met die pretentieuze Mercedesrijders van aan de overkant? München, Stuttgart en Hamburg waren oorden van kapitalistisch verderf voor zij die van de bescheiden knusheid van Leipzig, Dresden en Karl-Marx-Stadt hielden. Ook onder het regime met al haar Stasi’s, SED’s, ZK’s of Warschaupacten kon het leven gezellig zijn. Er kwamen ten minste boterhammen op de plank. Ze waren dan wel uniform gebakken, maar wie heeft nood aan honderd soorten brood terwijl je maar één mond hebt? Bovendien bracht de maandenlange onzekerheid over de waardeverhouding Oostmark-Westmark bij een uiteindelijke hereniging beide Duitslanden allerminst dichter bij elkaar. Vervreemd. Vijfentwintig jaar later stroomt er nog steeds geld van Beieren naar Mecklenburg-Vorpommern of Sachsen-Anhalt. Eén en één is nog altijd minder dan twee. Achter de façade van de economische reus gaat het dubbele helingsproces nog steeds verder: het gelukkig stilaan afgeworpen collectief schuldgevoel en het herenigen van datgene dat het IJzeren Gordijn en de Muur zo enorm hebben uiteengetrokken. Nooteboom slaagt er tussen alle taalspelletjes en uitweidingen door in om de lezer ervan te overtuigen dat niets voor altijd verworven is: het gaat niet om zijn, maar om worden. Ondanks de romantiek van die negende november moet er elke dag aan dat nieuwe Duitsland worden getimmerd.

Dat doet men ook in Berlijn. De stad is de incarnatie van het perpetuum mobile. Steeds in beweging. Bij elk bezoek duiken nieuwe torens op, worden tunnels gegraven en renoveert men oude DDR-blokken. Nooteboom, bij wie de jaren ook vorderen, heeft er soms zijn bedenkingen bij, maar het valt niet tegen te houden. Zo zal op de plaats van het Palast der Republik (1976-2008) binnenkort een replica van het Stadtschloss van de Hohenzollerns oprijzen. Een ver verleden terug in de stad plaatsen. De stad gaat alle richtingen uit, maar blijft de auteur beklijven.

Het verhaal is gelardeerd met schitterende foto’s van Simone Sassen. Nooteboom weet, ondanks de langdradige verwoordingen, steeds de juiste snaar bij de foto aan te raken. Een aantal curiosa, zoals de gevaarsborden aan de Muur die in het Duits én het Turks zijn opgeteld, doet aficionados watertanden. Het is een erudiet totaalwerk, maar ik bleef op mijn honger zitten: je mocht er verdorie bij zijn, tijdens die beruchte november. Geef me nog iets méér van die sfeer.

Cees Nooteboom, Berlijn 1989-2009

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s

Blog op WordPress.com.

Omhoog ↑

%d bloggers liken dit: