Habitat 67

Dankzij een tweet van The Guardian Cities ben ik een raadsel armer. We moeten er voor naar Québec, want met Montreal’s ‘failed dream’ brengt het magazine Habitat 67, het utopische flatgebouw op een eilandje in de Saint-Laurent, nog eens onder de aandacht. Een vijftal jaar geleden liep ik er voorbij en nam foto’s van die wel heel vreemde constructie: kriskras op elkaar geplaatste betoncellen vormen er samen een appartementscomplex. Late sixties of vroege seventies, maar tegen mijn gewoonte in zocht ik niet naar het hoe en het waarom van het aparte artefact. Tot die bewuste tweet.

De stad en haar eigenzinnige provincie hebben me steeds in die mate gefascineerd dat ik er zelfs een thesis over heb geschreven. Pas jaren later (confer hier en hier) had ik de kans om er naar toe te reizen en het echte karakter van Montréal te voelen. En dat kwam heel erg bekend voor: dit is geen Parijs, maar een Brussel aan de overkant van de oceaan. Franstalig met een Engelstalige minderheid, een klein maar mooi historisch centrum, grijze gebouwen, ietwat gedateerde infrastructuur, analoge taalperikelen en af en toe wat surrealistisch. Er is uiteraard meer ademruimte – in Noord-Amerika is het exponentieel ruimer dan aan de oevers van de Zenne – maar ook de naoorlogse ontwikkeling van Montréal is relatief gelijklopend aan die van Brussel. De wereldtentoonstelling van 1967 (en later ook de Olympische Spelen van 1976) hadden er dezelfde legendarische dynamiek als Expo ’58. De stad stapte eindelijk de moderniteit binnen. Zo werd in die tijd het metronet aangelegd, met oranje treinstellen en plastieken stations die er uitzien als Kunst-Wet of het oude Rogier. Habitat 67 paste in dat plaatje en zou je naadloos op de Heizelvlakte kunnen neerplanten. Bovendien fungeerde het tijdens de wereldtentoonstelling effectief als paviljoen dat de architecturale imagination au pouvoir representeerde. Gelukkig werd Habitat 67, samen met het Amerikaans paviljoen, na het einde van de festiviteiten niet afgebroken, in tegenstelling tot alle andere expositiehangars. Het toonbeeld van modern wonen werd het effectieve huis van tientallen gezinnen.

De Canadees-Israëlische architect Moshe Safdie kreeg carte blanche en richtte de schijnwerpers op het zogenaamde metabolisme: wonen als organisch gegroeide en onderling verbonden blokken. Geef wonen terug aan de natuur, gebruik tuinen als gangen en leef in harmonie met de huiscompartimenten om je heen. Vermijd lege corridors en donkere traphallen. Op die manier kan je de naar de suburbs vluchtende middenklasse in de stad houden. Het mocht niet zijn. Hoe hard het aan zelfvertrouwen winnende Montréal het architecturale metabolisme ook promootte, de wereld nam Habitat 67 niet en masse ter harte. Het blokkenspel is duur en beton kwetsbaar. Eenmaal de seventies er aan kwamen verdween het vooruitgangsoptimisme waarin originele maar dure hersenkronkels kansen kregen.

Zo is Habitat 67 vandaag een curiosum geworden die architectuurliefhebbers naar de Canadese metropool lokt. Toch blijft de boodschap van Safdie actueel. We moeten in West-Europa kleiner gaan wonen. In plaats van gelimiteerde chaos en veelvormigheid kan metabolisme als geordende vrijheid meer levenskwaliteit in de stad brengen. Een samenleving die bang is van verbeelding riskeert voor altijd ter plaatse te blijven trappelen. Neem deze courage montérégienne als voorbeeld.

Sinds kort is er een rechtstreekse vlucht tussen Brussel en Montréal. Neem die misschien eens, beste beleidsmakers.