De preek van Lucifer

Ik ben steeds een vurig tegenstander van referenda geweest. Onze representatieve democratie is heilig. Wij verkiezen een select gezelschap medemensen om naar godsvrucht en vermogen onze mening en wil in maatschappelijke regels om te zetten. Die zijn immers broodnodig om te vermijden dat we elkaar knuppelsgewijs het pierenland injagen. Bovendien betalen wij hen er meer dan voldoende voor. Doen ze hun taak niet naar behoren, dan zijn wij volledig bij machte om na vier of vijf jaar andere mensen het veld in te sturen. Ze worden geacht in staat te zijn om een antwoord te bieden op complexe bestuurlijke vraagstukken. Het gros van die volksvertegenwoordigers heeft wellicht geen kaas gegeten van loodgieterij, astrofysica of broodbakken, maar dat is niet erg: zolang ze zich voor andere zaken door specialisten laten bijstaan geef ik hen met graagte een mandaat om voor mij ingrijpende beslissingen te nemen. Zo bijft de schoenmaker bij zijn leest. Het overgrote deel van ons allen is niet in staat om dat zo goed te doen. Ondanks alle aberraties is het delegeren van verantwoordelijkheid aan professionals de meest adequate manier van werken. At the end of the day moeten zij de knoop doorhakken. Politiek bedrijven is een edele stiel.

Dat is het niet meer als de soevereine volkswil het initiatief terug uit handen geeft. In een volksraadpleging, al dan niet bindend, ontdoen ze zich van hun verantwoordelijkheid door de eindbeslissing over te laten aan een amalgaam dat extreem gevoelig is voor externe prikkels. Een reductie van de veelzijdige politieke realiteit tot een eenvoudige ja-nee-vraag grenst aan het incivieke. Grijs naar zwart-wit omzetten, vaak uit persoonlijke ambitie, doet onmetelijk veel afbreuk aan de eer die men als beleidsmaker te beurt valt. Ondanks de vaak ernstig tegenstrijdige opinies in de diverse halfronden zorgen ingewikkelde en bijwijlen inefficiënte compromissen tot een genuanceerder resultaat dan de gemakkelijkheidsoplossing van de straat. U vergeeft mij deze hoogst elitaire opvatting van politiek, maar liever een gedragen en onvolmaakt onderhandeld gedrocht dan een uitgevochten radicale koers waarmee pathetische idioten een standbeeld opeisen.

David Cameron heeft als eerste minister verzuimd om het misschien wel heetste hangijzer met de hem toegewezen verantwoordelijkheden te pacificeren. Hij heeft uit eigenbelang en dat van zijn partij alle vertekenende krachten de gelegenheid gegeven om een irrationele frustratie – een erfenis van voorbeeld Thatcher – in effectieve negatieve energie om te zetten. Europa als persoonlijke alarmbel als de eigen vis niet meer bijt.

Nonchalance

Maar hebben de Britten dan niet het recht om zich uit te spreken voor of tegen een blijvend lidmaatschap van de Europese Unie, bij voorkeur via hun vertegenwoordigers des volks? Uiteraard kan of mag je dit niet beletten, hoe groot mijn afkeer van de praktijk ook is. Tegelijk getuigt de nonchalance waarmee men met dit onmogelijk te overschatten project blijft omgaan van weinig common sense. Hoe voor of tegen supranationale samenwerking je ook bent, een stabiele coöperatie is onontbeerlijk in een tijdperk waar nationale grenzen steeds meer vervagen. Wil je dan toch in isolatie leven, dan mag je dat, maar dan moet je op het minst eerst een grondige en duidelijk gecommuniceerde balans maken waarmee het geschut van rioolpers en randdebielen ontwapend wordt. Dit klinkt mooi in theorie en is in de praktijk, zeker in het Verenigd Koninkrijk, uiteraard weinig plausibel. En dat wist Cameron ook.

Misplaatste melancholie

Ik heb steeds gehuiverd van antieke eilandromantiek en de hoogst misplaatste melancholie naar een ver, tegelijk glorierijk en meedogenloos verleden. In een Europa van de eenentwintigste eeuw – de Noordzee is nu eenmaal onnoemelijk veel smaller dan de Atlantische Oceaan – is deze archaïsche trots niet langer relevant. De verdiensten van de Europese constructie zijn intussen zo evident geworden dat de publieke opinie – die op drieëntwintig juni rechtstreeks aan zet was – enkel nog de onvolmaaktheden percipieert.

Het zou wel eens een pyrrusoverwinning met verstrekkende gevolgen kunnen blijken. Het zo superieur geachte United Kingdom zou wel eens snel een stuk minder united kunnen zijn. De Schotten hebben massaal remain gestemd. Het was voorspelbaar dat een no-vote de eis voor een nieuw referendum over onafhankelijkheid zou aanwakkeren. Ook in Noord-Ierland was de pro-Europa-stem sterker dan de leave. Het nog steeds broze Ierse evenwicht – er zijn nog twee generaties die ontiegelijk veel tranen kende in leven – kan bij de minste verstoring opnieuw escaleren. Zullen Farage en Johnson die historische verantwoordelijkheid ooit kunnen dragen?

Lucifer

David Cameron heeft gegokt en verloren. Dit débâcle is echter meer dan een ordinair politiek-strategisch manoeuvre: door een dergelijk fundamentele kwestie in handen van een oncontroleerbaar instrument te geven ontliep Cameron niet enkel zijn verantwoordelijkheid als eerste minister, maar als behoeder van het staatsgezag in het algemeen. Het gaat immers niet louter om het in vraag stellen van de eigen staatsinrichting, maar vooral over het op drijfzand plaatsen van de politieke realiteit en stabiliteit van een onderling verweven continent.

Het valt moeilijk in te schatten wat de concrete en directe gevolgen hiervan voor Europa zullen zijn. Het opperen van een domino-theorie is voorbarig en politiek utilitair, maar the mere fact dat men roekeloos en gratuit het fundament van de naoorlogse Europese stabiliteit kan ondergraven vormt een inspiratiebron voor copycats. Er is niet veel nodig om Nederlandse volksmenners, Franse xenofoben of Hongaarse avonturiers van rechts het eigen land in vuur en vlam te laten zetten. Het is aan de lokale bewindslieden en Europese gezagsdragers om hun staatsmanschap te bewijzen. Daarvoor wordt in de eerste plaats naar de Duitsers gekeken. Hun kordate, koele en no-nonsense aanpak is het beste medicijn om de rede terug centraal te plaatsen. Ze nemen nu alvast de lead en dat is niet meer dan terecht. Ernstige kwesties hebben ernstige figuren nodig.

Neen. No mercy. Lucifer zal Cameron in de politieke hel ooit streng toespreken. Samen met Nigel Farage en Boris Johnson wellicht, want deze hele historie is misschien wel het laagste wat we binnen de contouren van een volwassen democratie hebben gezien. Een mens zou er bijwijlen emotioneel van worden.

Barack Obama, the day after

Ik had ze hier al een keer eerder online gezet, maar nu zijn ze iets deftiger gepresenteerd op Eclectic Wall: de front pages van de Amerikaanse kranten van 5/11/2008 die Newseum voor haar ramen hing. Onvergetelijke momenten.

I had the opportunity to witness the US presidential elections of 2008 in New York City and Washington DC. Internet coverage was huge, but the nationwide front pages of countless newspapers really captured the moment for me. Newseum, the Washington-based museum and information center about news media and storytelling, showed the covers of the most important newspapers of that fifth of November in front of its windows. I couldn’t resist taking pictures of the complete series.

Anchorage Daily News (Anchorage, Alaska)

DSC00881

The Arizona Republic (Phoenix, Arizona)

DSC00883

Arkansas Democrat-Gazette (Little Rock, Arkansas)

DSC00786

Los Angeles Times (Los Angeles, California)

DSC00875

The Denver Post (Denver, Colorado)

DSC00873

Hartford Courant (Hartford, Connecticut)

DSC00788

The News Journal (Wilmington, Delaware)

DSC00889

St. Petersburg Times (St. Petersburg, Florida)

DSC00866

The Atlanta Journal-Constitution (Atlanta, Georgia)

DSC00790

The Honolulu Advertiser (Honolulu, Hawaii)

DSC00863

Chicago Tribune (Chicago, Illinois)

DSC00892

The Indianapolis Star (Indianapolis, Indiana)

DSC00793

Iowa City Press-Citizen (Iowa City, Iowa)

DSC00795

Omaha World-Journal (Omaha, Iowa)

DSC00775

The Courier-Journal (Louisville, Kentucky)

DSC00798

The Baltimore Sun (Baltimore, Maryland)

DSC00783

The Boston Globe (Boston, Massachusetts)

DSC00781

The Detroit News (Detroit, Michigan)

DSC00852

Star Tribune (Minneapolis-St. Paul, Minnesota)

DSC00779

The Clarion-Ledger (Jackson, Mississippi)

DSC00777

The Kansas City Star (Kansas City, Missouri)

DSC00848

Las Vegas Review-Journal (Las Vegas, Nevada)

DSC00773

New Hampshire Union Leader (Manchester, New Hampshire)

DSC00769

The Star-Ledger (Newark, New Jersey)

DSC00768

The Santa Fe New Mexican (Santa Fe, New Mexico)

DSC00845

Newsday (Melville, New York)

DSC00832

The New York Times (New York City, New York)

DSC00903

The Charlotte Observer (Charlotte, North Carolina)

DSC00767

The Plain Dealer (Cleveland, Ohio)

DSC00836

The Oklahoman (Oklahoma City, Oklahoma)

DSC00764

The Oregonian (Portland, Oregon)

DSC00760

The Philadelphia Inquirer (Philadelphia, Pennsylvania)

DSC00833

The Providence Journal (Providence, Rhode Island)

DSC00758

The State (Columbia, South Carolina)

DSC00755

Argus Leader (Sioux Falls, South Dakota)

DSC00752

Houston Chronicle (Houston, Texas)

DSC00748

The Salt Lake Tribune (Salt Lake City, Utah)

DSC00745

The Virginian-Pilot (Norfolk, Virginia)

DSC00829

The Seattle Times (Seattle, Washington)

DSC00742

The Washington Post (Washington DC)

DSC00913

Journal Sentinel (Milwaukee, Wisconsin)

DSC00740

Some nationwide newspapers:

The Wall Street Journal

DSC00895

USA Today

DSC00899

A few foreign newspapers were shown as well

mX (Brisbane, Australia)

DSC00804

Ottawa Sun (Ottawa, Canada)

DSC00808

El Colombiano (Medellin, Colombia)

DSC00810

La Tribune (France)

DSC00811

Der Tagesspiegel (Berlin, Germany)

DSC00818

Het Parool (Amsterdam, The Netherlands)

DSC00822

Crítica (Panama City, Panama)

DSC00824

The Times (Johannesburg, South Africa)

DSC00826

The Guardian (London, United Kingdom)

DSC00814

Einde van het exceptionalisme

Ontmoet geen helden. Het kan je leven verwoesten. Een mislukte confrontatie met je imaginaire droombeeld zorgt voor niets dan kommer en kwel: waar heb je al die tijd in hemelsnaam naar opgekeken? De gedachte om zoveel vitale tijd in een onmetelijke leegte te hebben geïnvesteerd moet ondraaglijk zijn. Het is overigens maar de vraag of zelfs de mildere vorm van idolatrie, met name fascinatie, uiteindelijk ook niet wordt afgestraft. Moedige krijgers, zoals Geert Mak, wagen het er op. Hij toerde de Verenigde Staten rond in de voetsporen van John Steinbeck, één van zijn literaire helden. Baat het niet dan schaadt het niet: blijkt Steinbeck’s Travels with Charley meer gefingeerd dan zelfs de grootste fan wil toegeven, dan nog zal de tocht een stand van het land anno 2010 genereren. Niet getreurd dus: de mogelijke ontgoocheling is in het slechtste geval een flinke leidraad om het boek te schrijven waarvan elke Amerikafan auteur zou willen zijn. Eigenlijk is het land op zich voor Mak nog een veel grotere muze dan haar literaire discipel.

Voordat je Reizen zonder John aanpakt kan je best eerst Travels, half zo dik, doornemen. John Steinbeck, gevierd auteur en twee jaar na het schrijven van het boek laureaat van de nobelprijs literatuur, vatte in 1960 het plan op om nog één keer een grand tour van zijn land te maken. Hij was op dat moment 58 en voelde zijn krachten afnemen – nauwelijks acht jaar later stierf hij. Het was gelukkig niet te laat om te onderzoeken of er nog iets van het opgewekte en energieke Amerika uit zijn jeugd overbleef. De fifties liepen nu op hun laatste benen. Ging het ongebreidelde naoorlogse optimisme en vooruitgangsdenken zich doorzetten of zat er sleet op de droom? Steinbeck gaf zichzelf, zijn truck Rocinante (naar het paard van Don Quichotte) en zijn hond annex metgezel Charley een tweetal maanden voor de opdracht.

Geert Mak, die zelf in de fifties groot werd, pikt er meteen op in en schetst erudiet de context. Zelfs in de emancipatorische Levittowns werd het leven van de bredere middenklasse toen razendsnel aangenamer: er was werk, er waren consumptieproducten, er was tv en des zondags de dag des Heren. Maar er dreigde ook onheil: de Sovjets met de Bom, de inquisitie van McCarthy en de eigen demon der zelfgenoegzaamheid. Miljoenen tweede- en derderangsburgers hingen desperaat aan de onderkant van de sociale ladder; racisme was meer dan geïnstitutionaliseerd. Rosa Parks was nog maar net blijven zitten. Steinbeck laveerde bovendien middenin de bittere strijd om het Witte Huis, waarin Nixon en Kennedy de limieten van een democratie wel heel ruim interpreteerden. De toon was gezet; een succesvolle sequel van de fifties werd plots een stuk minder evident.

De tocht van kwam traag op gang. Steinbeck was depressief en raakte vaak niet verder dan oppervlakkige gesprekken met mannen in diners, families op campings en winkelbediendes in smalltown America. De kleine man. Mensen met hun gebeurlijke problemen die, zij het niet steeds zonder problemen, de eindjes aan elkaar knoopten, al dan niet op krediet. Brood en spelen, go with the flow en de beeldbuis als steeds weerkerende gezel. Maar, zoals James Dean zich terecht afvroeg, who lives? Wat heb je nog van identiteit en opinie in het geoliede en strak geregisseerde maatschappelijke raderwerk? Misschien had men de tijd niet om er over na te denken. Mak leest vijftig jaar later in diezelfde diners, campings en hotels in het noordoosten opnieuw niets dan gelatenheid van de recht voor zich uit starende gezichten af. Iedereen voelt zich, elk op zijn eigen manier, in de steek gelaten. In de eerste plaats door de overheid, uiteraard, maar in tegenstelling tot 1960 is men er nu niet meer van overtuigd dat het snel beter zal worden. Het fatalisme druipt van Mak’s getuigenissen. Weg vooruitgangsoptimisme. Ver weg.

Het relaas was al bijna halverwege toen Steinbeck in Detroit arriveerde, nauwelijks een vijfde van de afstand achter de rug. Motor City was anno 1960 misschien al wat over haar hoogtepunt heen, maar het verval verbleekte bij de impasse waarin de stad vandaag terecht is gekomen. De bevolking halveerde de voorbije vijftig jaar; de crisis van 2008 bracht de genadeslag voor wie op de limiet leefde. Hele wijken zijn verlaten, huizen worden geplunderd, er wordt ernstig gemoord. De auto-industrie is intussen gedelokaliseerd. Want ook dat is Amerika: mobiliteit is een way of life. Waar werk is komt men van heinde en verre naartoe; verdwijnt het werk, dan trekt men als nomaden spontaan naar een ander centrum van activiteit. Langs het netwerk van Interstates, die in 1960 nog in volle opbouw waren, vonden constant volksverhuizingen plaats. Het is er nog steeds de evidentie zelve dat je niet per definitie woont waar je geboren of opgegroeid bent. Zodoende is Detroit nu bijna een ghost town geworden. Mak zou het slechte nieuws wellicht niet aan Steinbeck willen brengen.

Om het land te doorgronden blijft het voor een Europeaan moeilijk om de Europese bril af te zetten. Het zijn twee andere continenten. Geert Mak doet zijn uiterste best om zich in de mindset van Amerikanen in te leven, maar van sommige particulariteiten blijven zijn haren ten berge rijzen. Ze riskeren op middellange termijn de positie van het land te ondermijnen. Het vrijheidsideaal en de daarmee verbonden fundamentele aversie van overheidsinmenging zorgen voor een haast ridicule en helemaal te voorkomen obstructie van het maatschappelijke en economische leven. Zo is de lamentabele toestand van het Californische wegennet exemplarisch: de wegen zijn hopeloos krakkemikkig, maar elke politicus die de belastingen maar een fractie wil verhogen om de koe bij de horens te vatten tekent genadeloos zijn politiek doodvonnis. Of het grotendeels verwoeste New Orleans, dat ook na Katrina in de kou bleef staan; de overheid was er onvergeeflijk in gebreke gebleven. Daar klaagt men ook in Louisiana steen en been over, maar met een habbekrats aan geld en mentaal geautoriseerde autonomie kan zelfs de sterkste staat geen wonderen verrichten. De samenleving van de eenentwintigste eeuw is exponentieel complexer dan die van de eerste settlers, de tijd van de gold rush of zelfs de golden fifties. Dit obstinate verzet tegen collectieve inspanning moet zich ooit wreken. Maar het heeft tegelijk een magnetische kracht. Voor migranten en gelukszoekers, zo oppert Mak, is het soms een fundamentele keuze: gaan we voor het veilige Europa waar we met wat geluk van een temperende verzorgingsstaat kunnen genieten of willen we Amerikaan worden? Je neemt er grotere risico’s, maar kan er tegelijk écht veel geld verdienen.

Ook dat tweede ideaal, het Amerikaanse exceptionalisme, lijkt hopeloos gedateerd. De toch wat bescheiden (of timide?) Europeanen kunnen zich er zelfs niets bij beginnen voor te stellen: het idee dat je een uitzonderlijk volk bent, chosen by God, en dat ook, met vlagen, de hele wereld daarvan overtuigd moet worden. Ons eigen pedant paternalisme van voor de dekolonisatie verbleekt er bij. Betweterig, maar anderzijds ook de drijvende kracht achter veel dynamisme en ondernemingszin. Werken en niet bij de pakken blijven zitten, met een haast messiaanse opdracht om de eigen uitzonderlijke gaven uit te dragen. Met veel miserie in andere continenten tot gevolg, want wat de kennis van de externe doelgroep betreft valt er toch nog één en ander te leren.

Maar je kan in de Verenigde Staten bij een groot deel van zowel rechts als links niet aan deze maximes twijfelen. Dat ondervond Steinbeck bij een bezoek aan zijn zussen in Salinas, California, waar hij opgroeide. De schrijver was intussen een echte liberal van de oostkust geworden – zelfs een communist, het grootst denkbare scheldwoord tijdens de Koude Oorlog – en bij elke politieke discussie laaiden de gemoederen hoog op. Het werd een dovemansgesprek; de verdachte democraat kon bij zijn conservatieve en patriottische bloedverwanten op geen enkel moment op begrip rekenen. Het blijft hoe dan ook de vraag of het exceptionalisme en het overheidswantrouwen de uitdagingen van deze nieuwe eeuw nog aan kunnen. Mak’s ervaringen, van Maine tot Minnesota en van Oregon tot Texas, zijn vaak ronduit deprimerend. Zijn pessimisme is voor elke Amerikanofiel – we pleiten schuldig – hartverscheurend. Maar je kan niet aan de realiteit ontsnappen. Daar veranderen zelfs strenge Europese ogen niets aan.

Geert Mak zat Steinbeck tijdens de vijftigste verjaardag van Travels op de voet, maar hij was lang niet de enige. Een aantal Steinbeck-experts reden met dezelfde plannen rond. De ene al wat maniakaler dan de andere, maar hun vaststellingen wezen telkens in dezelfde richting: de auteur nam in zijn werk af en toe een loopje met de realiteit. Dit was niet louter proza. Er werd op verschillende plaatsen aan de chronologie gesleuteld; sommige passages kunnen bovendien moeilijk kloppen. Het irriteerde Mak meer dan eens, maar wat deed het er uiteindelijk toe? De held is dan toch een held gebleven. De klassieker van Steinbeck is de ideale kapstok om de Verenigde Staten van een stevige portie context te voorzien. Geert Mak is een fenomenale verteller die na elke leerzame uitweiding naar de essentie terugkeert. Tijdens de duizenden mijlen Interstates raak je de weg nooit kwijt. Integendeel, je zou ze met deze gids liefst zo snel mogelijk zelf helemaal afrijden.

John Steinbeck, Travels with Charley
Geert Mak, Reizen zonder John

Dociele consensus

Doorgaans hou ik wel van de leuze Oranje boven, al is die context enigszins verschillend van de euforische sfeer waarin onze noorderburen dezer dagen verkeren. Koninginnen worden niet om de haverklap voor koningen ingeruild. De Bataafse monarchiemanie is dus hoogst begrijpelijk, maar Belgische waarnemers worden er bezwaarlijk wild van. Integendeel, en dat is niet omdat we mindere herinneringen hebben aan een episode waarin een man aan het hoofd stond van de Oranjes. Twintig jaar geleden was de dood van Boudewijn nog een onverwachte eruptie van volgzaam royalisme, maar na alles wat er is gebeurd kunnen we ons moeilijk een herhaling van deze taferelen inbeelden. Een kopie van de hype rond Willem-Alexander en Maxima lijkt in de Zuidelijke Nederlanden onwaarschijnlijk. Hoewel, zeg nooit nooit. Als puntje bij paaltje komt kunnen zelfs fervente Vlaamsvoelenden voor de Coburgs in zwijm vallen. Republikeinse scenario’s blijven vaak in het stadium van academische discussies hangen. Al willen we de overtuiging van deze weblog toch nog eens onderstrepen: erfelijke monarchie is in een moderne democratie irrelevant en kan ook in dit complexe land worden vervangen door een ceremoniële president die in de Hoge Vergadering wordt verkozen uit een poule Ministers van Staat. Punt, al zal er nog veel water naar de Noordzee vloeien vooraleer in Hertoginnedal de investituur van de eerste Belgische president zal worden gecelebreerd. If ever. We hebben andere katten te geselen.

Constitutionele dwangbuis

Toch zijn er ook in Nederland dissidente stemmen. Er staat af en toe wel een verstandig mens op die durft te zeggen dat het allemaal niet hoeft. De onderhoudskosten van een koningshuis zijn best royaal te noemen. Zeker in tijden van crisis is het een doorn in het oog van mensen die met heel wat minder moeten rondkomen. Argumenten van pecuniaire aard geven echter niet de doorslag: een land verdient immers een degelijke omkadering van het hoofd van de uitvoerende macht, erfelijk of niet. Met un roi ordinaire komen we er niet. Zelfs al is hij toevallig de zoon van zijn vader, hij moet er altijd en overal piekfijn uitzien. Dotaties zijn omstreden; of dure jachten écht wel opportuun zijn is voor discussie vatbaar, maar een uitzet moeten ze hebben. Staatshoofden horen Italiaanse kostuums te dragen en in Duitse wagens rond te rijden.

Sommige mentale verzetslieden kruipen in hun pen. Ondanks alles krijgen aberrante opinies in vrij Nederland een ruim forum. Auteur Franca Treur schreef in NRC een brief met advies aan de toekomstige vorst. Willem-Alexander zou er goed aan doen om wat meer emancipatie aan de dag te leggen. De tijd dat kinderen per definitie hetzelfde beroep als hun ouders uitoefenden ligt al weer een tijdje achter ons. Niet zo voor Willem-Alexander, de man die trouw blijft aan zijn lotsbestemming. Geef de kleine Amalia een vrij leven en maak uzelf vredevol overbodig. Het is uiteraard makkelijk gezegd voor een man die in een constitutionele dwangbuis is gestopt, maar het siert haar alvast om de vorst te zeggen wat hij heel misschien zelf ook denkt. We zijn ervan overtuigd dat ze ondanks haar afwijkende mening te hoffelijk is om dinsdag op de Dam amok te maken.

Ik Willem niet

Anderen gaan iets radicaler te werk. #Hetis2013.nlWeg met de monarchie! – kreeg de laatste dagen veel airplay en merkt dat ze toch hier en daar op sympathie kunnen rekenen. In hun manifest roepen ze de Nederlanders op om zich te verzetten tegen het verbod om referenda over de monarchie te organiseren. Anno 2013 lijkt dit inderdaad even archaïsch als de eeuwigdurende uitsluiting van een lid van het Huis van Oranje-Nassau tot de Belgische troon. Ik Willem niet. We kunnen het traktaat ondertekenen en donaties doen aan dit staatsgevaarlijk collectief. Twee dagen voor de troonswissel had men toch al meer dan 1100 kritische Nederlanders zover gekregen om hun naam achter te laten. Peanuts, jazeker. Online protest is uiteraard veilig; toen een meisje in Pauw & Witteman net na de abdicatie-mededeling van Beatrix een republikeinse boodschap verkondigde werd ze nét niet gemolesteerd. Op Twitter weliswaar.

Of geweld verder zal reiken dan de sociale media valt af te wachten. Een herhaling van de rellen van 1980 lijkt onwaarschijnlijk, maar de Nederlanders hebben zich alvast op alles voorbereid. De stadswebsite van Amsterdam heeft ter gelegenheid van het evenement een volledige subsite aangemaakt. En daarbij werd ook aan de dissidenten gedacht. In – u houdt het niet voor mogelijk – een document met de Spelregels worden onder punt 2.7. de gereserveerde protestlocaties vermeld:

Er zijn zes locaties aangewezen waar groepen tijdens de troonswisseling kunnen demonstreren. De locaties zijn: Waterlooplein. Spui, Frederiksplein, Frederik Hendrikplantsoen, Azartplein en IJplein.

Heerlijk. Zo hebben we de Nederlanders graag. Ondanks de dociele consensus rond het zijn van de monarchie worden pretbedervers in het script opgenomen. Amateurisme kan men hen bezwaarlijk verwijten. De Belgische ordediensten ondernemen dinsdag dan ook best een studiereis naar Amsterdam. Het kan nog van pas komen.

President Obama

Morgenochtend weten we wie de volgende vier jaar in het Witte Huis zal wonen. Gunnen de kiezers Obama een tweede termijn of krijgt Mitt Romney een kans? De debatten zijn gesloten, de campagnebussen staan op stal en de duizenden vrijwilligers slaken een kreet van verzuchting: nu is het aan de natie. Het gros van de ernstige peilingen geven Barack Obama nog vier jaar Washington, maar het verhaal van het vel en de beer staat in het handboek van elke electionwatcher. De voorspelling voor de samenstelling van het kiescollege geeft echter al weken éénzelfde tendens aan. Een overwinning van Romney zou sommige statistici wel eens de kop kunnen kosten.

Vier jaar geleden heb ik het gebeuren van heel wat dichterbij mogen volgen. In juli 2008 reisde ik voor het eerst naar de Verenigde Staten en realiseerde daarmee een lang gekoesterde jongensdroom. Die veertiendaagse rondrit door het noordoosten en de kleine week New York City nam onze laatste twijfels weg: dit is geen afgeleide van Europa aan de overkant van de oceaan. We mogen cultureel dan nog zo verwant zijn, Amerika is na meer dan drie eeuwen een maatschappij sui generis, met eigen waarden en een eigen geschiedenis. Met boekenwijsheid lukt het niet: de intensiteit en het besef van het concept Amerika moet je aan den lijve ondervinden. En dat is razend interessant. Net zoals de race naar het Witte Huis die toen in volle hevigheid was losgebarsten.

***

nyc1bushBloedheet is het in New York tijdens de zomermaanden. Geen gezellige warmte, maar drukkende hitte: je wordt er net niet tegen de macadam gekatapulteerd. De drankafdeling van Duane Reade zorgde dag (en nacht, 24/7) voor tijdelijk soelaas, maar eigenlijk is het afwandelen van de avenues in die periode regelrechte zelfkastijding. De Amerikanen verliezen er hun humeur niet bij. En hier en daar begonnen ook de figuren op te duiken waarrond het de komende tijd allemaal zou gaan draaien. “I’ll vote for Obama! Obama!”, riep een man vanuit een café. “Osama! Osama!”, repliceerde een voorbijganger. De rest lachte, maar lag op dat moment nog niet wakker van de keuze die ze op 4 november zouden hebben. Bush is still in office, al leek niemand zich nog veel van hem aan te trekken. Wij toch eventjes, want in Washington DC hadden we het grote geluk om nét tijdens de opentuinweek van het Witte Huis langs te lopen. Op uitnodiging van de First Lady, zo heette het, maar wellicht was het eerste echtpaar al een tijdje op de ranch in Texas aan het relaxen.

Trek America nam ons mee van camping tot camping. Nabij Washington logeerden we net niet onder een trits zoemende hoogspanningskabels, tussen de snelwegen door. In Shenandoah National Park moesten we dekking zoeken voor onweer en voor beren, die ’s nachts nogal eens durfden langskomen. West Virginia getuigde, diep in de Appalachen, van een nijver industrieel verleden dat enkel nog in prentenboeken te vinden is. De Great Smokey Mountains vertelden zowel het trieste verhaal van de oostelijke Cherokee als Dolly Parton’s leven in Dollywood, terwijl Nashville het écht wel van de country moest hebben. Allez, die ene interessante straat toch, want voor de rest leek de stad niet meteen haar beloftes waar te maken. Maar nergens leek iemand zich op het eerste zicht om de komende verkiezingen te bekommeren.

Gelukkig keerde het stilaan ingeslapen tij. Chicago was de naam. Weinig van verwacht, maar veel van gekregen: de thuisbasis van Obama bleek een bijzonder coole stad. Niet enkel de schitterende architectuur en de vele ruimte, maar ook de dynamiek van het urbane leven gaf ons nieuwe moed om de tweede week van het Amerika-avontuur aan te vatten. Er kwam opnieuw leven in de brouwerij. michiganavenueLangs Michigan Avenue eisten enkele oude hippies en jonge militanten hun plaats op langs de kant van de weg. Iedereen moest het horen en zien: “Impeach Bush for War Crimes” en “Your war your guilt”. Ze protesteerden daar al enkele jaren, zo vertelden ze. Elke zondag maakten ze kabaal langs de drukste avenue in de Windy City. Of het veel opleverde? Bush moest hangen. Weg met die man. En Obama? “You know, in Washington they’re all the same. Nothing will change with Obama.” Wij, slimme Europeanen, zouden het veel en veel beter weten. Natuurlijk zou het beter worden. Met die man wordt het anders. Hope stond ook in ons woordenboek, maar de man schudde zijn hoofd. Vier jaar later denk ik nog wel eens terug aan dat moment. Op honderd meter daarvandaan zou Obama die hoop tijdens de verkiezingsavond op een onvergetelijke manier gestalte geven. Of de mannen in kwestie er bij waren weten we niet.

De karavaan stopte op de terugtocht in de meest onooglijke plaatsen. Misschien leunde Pigeon Forge, in het zuiden van Michigan, nog het meest aan bij smalltown America. Hier heb je community crime watch: checks and balances in de straat. In dit oord gedraag je je maar beter, want aberrante individuals worden er in het oog gehouden. ccwOngewoon voor een Europeaan die fulmineert als het woord burgerwacht in de mond wordt genomen. Bovendien is wapendracht hier een nationale eer. Is dat nu het Amerika waar wij neen tegen zeggen? Vanuit Europees perspectief bevestigt het voor velen een cliché van de repressieve States, maar is dat nu écht een ondraaglijke situatie? Je moet hier langere tijd verblijven om het helemaal te vatten. Iedereen maakt er zijn of haar leven en is er mee opgegroeid. Men is alvast duidelijk waarover het gaat. En kennen wij niet allemaal een lokale crimewatcher?

In America part I deden we genoeg indrukken op om de goegemeente een jaar lang mee te vervelen. Je moet je er echt in onderdompelen en je visite niet tot New York en San Francisco beperken, hoe fantastisch beide steden ook zijn. Maar toen wisten we nog niet dat part II dichterbij was dan we hadden gehoopt.

***

Het was een buitenkans. We zouden tijdens de verkiezingen terug naar New York City en Washington DC trekken. Waarom ook niet? We misten de val van de Berlijnse muur. Nu het duidelijk werd dat Obama aan de winnende hand was konden we die zonde uit 1989-90 goedmaken (maar toen was ik nauwelijks tien, dus dat telt niet): eindelijk een historische gebeurtenis ter plekke bijwonen. Er was niet enkel opnieuw hoop na acht lange Bush-jaren, maar het feit dat de Verenigde Staten op een zucht van hun eerste zwarte president waren maakte het sowieso een verkiezing niet als alle andere.

Pottekijkers zijn nooit leuk, maar we beloofden als volwassenen door het leven te gaan. De man aan de immigration service van Newark – Jesus genaamd – had het al snel door. “You’re coming for the elections, aren’t you?” “Not really, we’re just visiting New York City and Washington DC…” Zijn lachje sprak boekdelen. Natuurlijk mochten we binnen. Een ordinair Belgisch paspoort was een welkome afwisseling tussen de moeilijke vluchten uit Mexico-City en Cancun door.

johnmccainwasthereNew York verkeerde in discrete staat van paraatheid. Na 9/11 was niets hier nog hetzelfde. Er zijn altijd wel VIP’s, VVIP’s en VVVIP’s in de stad aanwezig. Niemand minder dan John McCain was tijdens onze eerste avondwandeling te gast in de studio’s van NBC in het Rockefeller Center nabij 5th en 6th Ave. Men had rond de wolkenkrabber een perimeter ingesteld. Niemand kwam er in, maar al bij al was het die laatste dagen voor vier november relatief rustig in de Big Apple. Ja, er was de marathon, maar dat is business as usual. Bovendien hingen de kandidaten elders rond: New York was toch al lang in the pocket voor Obama. Ohio en Florida, daar draaide het om. Toch was er nog eventjes een dramamoment: de videowalls nabij datzelfde Rockefeller Center lieten op maandagavond zien dat de grootmoeder van Obama overleden was. Hij was in allerlijl nog naar Honolulu over en weer gevlogen om afscheid te nemen. President worden moet hier een hondestiel zijn.

votehereOp de Grote Dag was alles opnieuw bijzonder rustig. Aan het polling station dat we hadden gegoogled stonden geen lange wachtrijen. Voor een graadmeter moesten we op de hoek van de straat zijn: Starbucks! Het was een plezier om de doorgaans zo standaard-commercieel sprekende dames en heren te aanhoren: “Who did you vote for today?“, vroeg de luidkeelse zwarte dame achter de toonbank steevast. “Another Obama vote! Whooohoo! And another one!”. De toon was gezet. De dag kon niet meer stuk, want de overwinning was binnen handbereik. Iedereen begon er stilaan in te geloven, maar de echte euforie was voor later op de dag. Intussen genoten we van de skyline van Midtown vanaf de Brooklyn Bridge en brachten we de UN een bezoekje. Op Times Square installeerde CNN de schermen voor vanavond. ABC had een videowall op één van de torens afgehuurd. Dit was de place to be. En dat wist ook The Naked Cowboy, die gelukkig voor één keer niet zo naked was.

Het gingen lange uren rechtop staan worden, maar dat hadden we er voor over. De adrenaline gierde door ons lijf. Dit ging het moment worden waarop zovele Amerikanen decennia hadden gewacht. Toen we rond half negen arriveerden stond het plein vol en vonden we nog net naast de tribune een staanplaats. Times Square krioelde van de Obama-fans, maar twee jonge McCain-militantes hielden midden op de tribune steevast een plakkaat met de naam van hun idool vast. Ze weigerden in het hol van de leeuw de moed op te geven. Het kalf was toen al lang verdronken. Rond tien uur kwam de uitslag van Ohio binnen. De belangrijke swing state was voor Obama; het was nog enkel wachten op een mathematische zekerheid. En die kwam er: om elf uur ’s avonds werden de resultaten van California bekend gemaakt (waar het drie uur vroeger is) en maakten we dit filmpje. Times Square ontplofte. Nooit gezien. De Verenigde Staten hadden een nieuwe president. En wat voor één.

inauguratieLang konden we niet van de euforie genieten. Om half acht zaten we al op de Amtrak richting Washington. Ook DC werd wakker met een nieuwe president. Het was er stukken rustiger, maar toch werd alles er in gereedheid gebracht voor de volgende stap in het proces: de inauguratie. De stad, die er sowieso over het algemeen netjes bijligt, werd mooi opgepoetst en op de trappen van het Capitool was men volop bezig met de installatie van het erepodium waarop Barack Hussein Obama op 20 januari de eed zou afleggen. De spanning was voorbij en de transitieperiode kwam op gang. George Bush kon beginnen met het vullen van kartonnen dozen en Obama met het samenstellen van zijn dreamteam.

DSC00712In het Newseum, het museum of news history, had men een heel speciale collectie voor de ruit gehangen: de voorpagina’s van de voornaamste Amerikaanse kranten van de day after. Een exemplaar van de New York Times maakte de transatlantische overtocht.

***

Dit keer ben ik niet naar de Verenigde Staten afgereisd. In Chicago zouden we misschien Obama zelf te zien krijgen, maar de vrees om de magie van dit heel speciale moment te verliezen indien Romney wint is te sterk. We waren toch een heel klein beetje getuige van een historische gebeurtenis. Laat het ons zo houden.

De onzin van Hollande

Links Frankrijk leeft al een week op een wolk. Zeventien jaar na het vertrek van François Mitterrand neemt opnieuw een socialist zijn intrek in het Elysée. Ze hebben er lang naar uitgekeken en het zichzelf in al die tijd knap lastig gemaakt. De concurrentie tussen de éléphants zorgde jaren lang voor intern kannibalisme: Lionel Jospin, Jack Lang, Martine Aubry, Laurent Fabius, François Hollande, Ségolène Royal én onze goede vriend DSK streden om de eeuwige roem, maar vielen als puntje bij paaltje kwam te licht uit. Kon Jospin het verlies in 1995 nog enigszins rechtvaardigen, dan was het fiasco van 2002 het democratische dieptepunt van de Vijfde Republiek. De uittredende eerste minister werd al in de eerste ronde uitgeschakeld. Jacques Chirac moest het duel aangaan met Jean-Marie Le Pen. Uiteraard zegevierde Chirac, maar de slogan “Votez escroc, pas facho” duwde het politiek fatsoen ver onder nul. Zo diep zijn wij zelfs in de hoogdagen van het Vlaams Blok niet gevallen.

In 2007 was Ségolène Royal zowat een miscast. Ze kon niet op tegen de sluwe Nicolas Sarkozy en ging roemloos ten onder. De rode droom lag opnieuw voor vijf jaar aan diggelen. Dan maar een andere olifant klaarstomen om de rechtse president te verslaan. Dominique Strauss-Kahn leek als IMF-voorzitter de man met het meeste morele gezag binnen de partij. Forget Ségo vs Sarko: in 2012 zou het pas echt een clash der titaten worden. Twee viriele kerels zouden Frankrijk voor de keuze plaatsen. Eén ervan bleek nét iets te viriel, zodat ons een heroïsch duel voor eeuwig en altijd onthouden zal blijven. Jammer, want DSK en Sarkozy hadden de boksmatch op een stevig niveau kunnen tillen. De PS moest terug naar af en organiseerde dan maar echte primaries. Martine Aubry was zeker van haar stuk totdat de meest kleurloze van de Groten, François Hollande, plots iets te salonfähig werd. Hollande for president.

Ondertussen was Nicolas Sarkozy al lang uit de gratie van de Franse pers gevallen en bijgevolg ook uit die van het grote publiek. Zo waren de constante aanvallen op de president vanuit Le Monde ronduit zielig. Het debat ging uiteindelijk niet meer om de inhoud en de beleidsdaden van de president, maar om zijn persoon en zijn stijl. Akkoord: Sarkozy is er nooit in geslaagd om zijn hoogst onpopulaire kleinburgerlijke onhebbelijkheden een halt toe te roepen, maar die omstreden levensstijl was niet datgene waarop hij moest worden afgerekend. Nog voor hij in actie schoot was het kalf verdronken. De campagne was een schim van die van 2007. Ensemble tout devient possible was toen perfect getimed en geregisseerd, maar de grote meetings konden in 2012 niet meer begeesteren zoals die eerste keer. Alles zat gewoon tegen: crisis, mondige vijanden, volksmenners op links en rechts en bovendien leek de president er zelf niet meer in te geloven. Exit Sarkozy. Le Changement, c’est maintenant.

Met deze man wordt het anders, maar de campagneslogan en de tweets van François Hollande illustreren alles van de Franse politiek waar ik mij al altijd aan heb geërgerd: de grote holle woorden. Dat hij verandering wil, tot daar aan toe, maar wat voor onzin tweet de president-elect zijn onderdanen de dag voor zijn ambtsaanvaarding? Vijf zaken: l’unité, le dépassement des clivages, le rassemblement, la volonté, se hisser au niveau de la France. Met wat goede wil kan je de komma’s door een gelijkheidsteken vervangen. Maar waar staat de man écht voor? Waarvoor heeft Frankrijk écht gekozen?

Uiteraard kan je de waarde van een nieuwe president niet afmeten aan de hand van een aantal vage tweets. De man moet de eed nog afleggen en zich kunnen bewijzen, maar zo’n discours als prelude op wat komen gaat belooft niet veel goeds. Je houdt beter je mond dan dit soort nonsense de wereld in te sturen.

9/11 leeft voort

Op onze trips door de Verenigde Staten zagen we, rechtstreeks of onrechtstreeks, vele herinneringen aan 9/11. De aanslagen op die bewuste dinsdagmorgen in 2001 hebben overal diepe sporen achtergelaten. Tien jaar, vele slachtoffers en twee oorlogen later: een aantal foto’s van taferelen die we in 2008, 2009 en 2010 op ons pad hebben ontmoet. En op de gevoelige plaat hebben vastgelegd.

DSC07909 New York City, Times Square, 10/7/2008
US Armed Forces Recruiting Station. Men kan iedereen gebruiken. Zelfs op Times Square kan je je naam opgeven.
DSC07894 New York City, 8th Avenue, 10/7/2008
New York, in volle verkiezingscampagne van 2008: in een restaurant op 8th Avenue riep een enthousiasteling “Obama Obama!”. Een toevallige passant zorgde meteen voor een repliek: “Osama Osama!”.
DSC08434 Een Wal-Mart in West Virginia, 15/7/2008
Amerikaanse vlaggen kunnen in de lokale hypermarkt in alle maten en gewichten worden aangekocht. Alsook lintjes met Support our troops
DSC08639 Hard Rock Café, Nashville, 17/7/2008
No nuclear weapons allowed inside. Het is dan wel geen rechtstreeks gevolg van 9/11, maar enige ironie is in deze tijden niet misplaatst.
DSC08896 Chicago, Michigan Avenue, 20/7/2008
Your war, your guilt: deze demonstranten vertelden dat ze er elke week op zondag stonden. Elke week actie voeren voor het einde van de oorlogen in Irak en Afghanistan. Wellicht maar een paar uur per dag: toen we twee jaar later opnieuw op zondag in Chicago waren stonden ze er niet meer. Moe gedemonstreerd?
DSC08897 Chicago, Michigan Avenue, 20/7/2008
Honk to impeach/imprison Bush & Cheney
DSC08898 Chicago, Michigan Avenue, 20/7/2008
The cost of war
DSC08900 Chicago, Michigan Avenue, 20/7/2008
Stop the war now
DSC08903 Chicago, Michigan Avenue, 20/7/2008
Out of Iraq
DSC08991 Pigeon Forge, Michigan, 21/7/2008
Community Crime Watch: ook dat bestond al voor 9/11, maar nadien werd het concept niet afgebouwd. Integendeel.
DSC09187 Tankstation ergens in New York State, 24/7/2008
Vietnamveteranen zijn solidair.
DSC09508 New York City, Ground Zero, 26/7/2008
DSC09509 New York City, Groud Zero, 26/7/2008
DSC09510 New York City, Ground Zero, 26/7/2008
DSC09511 New York City, Ground Zero, 26/7/2008
DSC09678 New York City, 5th Avenue, 27/7/2008
DSC00492 Washington DC, Arlington Cemetery, 5/11/2008
Wisseling van de wacht op Arlington Cemetery, één dag na de verkiezing van Barack Obama tot president van de Verenigde Staten. Deze jonge mannen moesten binnenkort naar Irak. Wat van hen geworden is weten we niet.
DSC_1177 Las Vegas, Nevada, 11/9/2009
Op 9/11 2009 waren we godbetert in Las Vegas. En jawel, vlak voor hotel New York New York stond een Vegasiaans monument ter nagedachtenis van de gebeurtenissen en hing de vlag halfstok.
DSC_1715 Los Angeles, California, 14/9/2009
De postzegel…
DSC_1796 Los Angeles, California, 14/9/2009
Burn in hell, Osama! De pikante saus doet hetzelfde met uw ingewanden.
DSC_4347 Chicago, Michigan Avenue, 9/5/2010
Twijfels over de motieven van de vermeden aanslag op Times Square enkele weken eerder.
DSC_5991 New York City, Ground Zero, 16/5/2010
Het leven gaat voort: een nieuwe toren wordt gebouwd
DSC_6172 New York City, Times Square, 16/5/2010
He’s not welcome here.
DSC_6289 New York City, Downtown, 17/5/2010
Na 9/11 werden de veiligheidsmaatregelen nog verscherpt. Om in te schepen richting Ellis Island word je in een tent van kop tot teen doorgelicht.
DSC_5983 New York City, Ground Zero, 16/5/2010
De Amerikanen nemen uiteindelijk niet alles even serieus.

Baby Doc est de retour

Wie we daar hebben: Jean-Claude Duvalier. Terug van heel lang weggeweest. Hij leek al in de vergeetput te zijn beland, maar duikt nu toch weer op.

Baby Doc haalt vooral herinneringen naar boven. We schrijven begin februari 1986. Ik moest nog zeven worden en zat als geïnteresseerde uk uit het eerste leerjaar voor de beeldbuis. Een week eerder had ik de Challenger, al dan niet live, zien ontploffen. Het sprak tot de verbeelding. Ruimtevaart. Raket naar de maan en Mannen op de maan. Space ’86, een tentoonstelling in Oostende over ruimtevaart waar ik een poster van had. Mik, Mak en Mon, de schoolkindtelevisiehelden die met buitenaardse wezens in contact stonden. De schotelantennes van Lessive, nabij Rochefort, die we tijdens de vakantie hadden gezien. De raketwagen die ik van mijn grootmoeder had gekregen. Zelfs lego specialiseerde zich er in. Kortom, de ruimte was dat jaar in.

Ondanks alle verbeelding was er ook de dagelijkse realiteit. Op dat moment was Haïti in opstand gekomen tegen de lokale dictator: Jean-Claude Duvalier, alias Baby Doc die in 1971 zijn vader, Papa Doc, was opgevolgd. Hij voerde jarenlang een schrikbewind, met de gevreesde Tonton Macoutes als plaatselijke Gestapo. Duvalier werd uiteindelijk afgezet. Om niet in mootjes te worden gehakt moest hij vluchten. De voormalige kolonisator, grote broer Frankrijk, ving hem op. A dieu Haïti. Het was dagelijkse kost op ons tv-journaal. Daar mocht ik naar kijken. Net na het avondmaal, want het enige inlandse nieuws was op de goeie ouwe BRT te vinden. VTM bestond nog niet; Ter Zake en de Zevende Dag waren toekomstmuziek; met Confrontatie op zondagochtend konden we het niet doen. We zaten met zijn allen om 19u45 voor de buis, wat toen het aanvangsuur was, om de miserie te aanzien. De arme kindjes uit Haïti werden verlost van hun boeman. Nu ging het anders worden, maar dat bleek al snel ijdele hoop. De kindjes van die arme kindjes zijn ook arme kindjes. Nog armere kindjes zelfs, want de aardbeving van vorig jaar heeft het land aan de rand van de afgrond gebracht.

Een kwarteeuw later is de cirkel rond. Precies een jaar nadat Haïti van de kaart werd gebeefd landt Jean-Claude Duvalier terug in Port-au-Prince. Zomaar. Zelfs de Franse autoriteiten, die een dictator in ballingschap toch wel in de gaten houden, bleken verrast te zijn. Net op het moment dat het totale failliet van het land terug aan alle huiskamers in de wereld werd getoond komt de man die er voor een groot deel voor verantwoordelijk is acte de présence geven. Overbodiger is haast onmogelijk. Het is alsof Roger Vangheluwe op een mooie dag in het Bisschoppelijk Paleis in Brugge zou opduiken en met veel enthousiasme “Vrienden, waar waren we gebleven?” zou declameren. Neen, u zou daar niet mee kunnen lachen.

Heeft Duvalier wroegingen en wil hij zijn lot ondergaan? Echt opgewekt zag hij er niet uit. Doodziek? Sterven in zijn thuisland? Ondertussen is hij al opgepakt en wacht geduldig zijn lot af. Of was hij toch van plan om van een bijzonder onstabiele politieke situatie te profiteren om de draad, die hij op 7 februari 1986 had laten vallen, terug op te nemen? Zijn eigen korte verklaring – “[revenir] pour aider le peuple haïtien et lui témoigner sa solidarité” – klinkt toch wat ongeloofwaardig. De show van Baby Doc kunnen we missen als kiespijn.

De identiteit van Guy Verhofstadt

Europa gaat vooruit. Ondanks alle tegenwind die het Grote Project het voorbije halve decennium heeft ondervonden is er het laatste jaar weer reden tot optimisme. Lissabon gaat van start en dan nog wel met een Belg aan het roer. Daarnaast is het opvallend hoe een ander fenomeen de kop heeft opgestoken: het debat, starring Nicolas Sarkozy en Guy Verhofstadt. De Franse president lanceerde een nationwide discussie over wie en wat die Fransen nu wel zijn. Grotendeels voor intern gebruik natuurlijk, want op die manier probeert hij munitie voor het integratievraagstuk te verzamelen en kiezers van bij Le Pen of Bayrou af te snoepen. We kunnen ons dus vragen stellen bij de motieven, maar er is ten minste op ruime schaal een debat. De mensen worden aangezet om er aan te participeren. Dat dit tot spanningen, verwijten en regelrechte scheldpartijen leidt is onvermijdelijk. Niet iedereen draagt hoffelijkheid hoog in het vaandel of kan op een volwassen wijze een gedachtewisseling voeren en respect voor de opponent opbrengen. Ook het relativeringsvermogen is bij de schepping selectief uitgedeeld. De incarnatie van de indertijd zo geprezen opendebatcultuur stuit keer op keer op beperkingen. Maar goed: in Frankrijk is een debat aan de gang. Het uitwisselen van ideeën blijft niet beperkt tot obscure denktanken, machtscenakels of Zaal F van de Senaat.

Wie initiatief neemt stelt zich kwetsbaar op. De usual suspect stelde het ganse gebeuren in vraag. Guy Verhofstadt ging met een opinieartikel in Le Monde in de clinch met het Franse establishment. In een Europa van de eenentwintigste eeuw heeft het geen zin om in termen van natiestaat te denken en het debat grosso modo binnen de grenzen van het Verdrag van Versailles te voeren. Dit zijn verouderde begrippen en kunnen enkel tot etnocentrisme leiden. We moeten naar een verenigd Europa met vrije individuen, ontvoogd van enige nationale identiteit. Frankrijk mist met dit debat een grote kans. Ondanks een vernietigend commentaar van Bernard Kouchner, de Franse minister van buitenlandse zaken, ging Verhofstadt op zijn elan verder en stelde wat later, de zaken tot in het extreme doortrekkend, dat nationale identiteiten uiteindelijk tot Auschwitz leiden. De Verenigde Staten van Europa, waarmee de voormalige eerste minister zich voor de eerste keer voor een Europese topjob onmogelijk maakte, zijn de uiteindelijke toekomst. Europese waarden en normen moeten die van de natiestaat – of van subnationaliteiten – vervangen. Geen nationalisme, maar internationalisme, gebaseerd op wederzijds respect en verdraagzaamheid. Verhofstadt zag de bui hangen en kocht een paraplu om zich te beschermen tegen de bakken kritiek die op hem gingen vallen.

Inderdaad, nationale identiteiten hebben in het verleden heel wat bloed doen vloeien. Of beter: op nationale identiteiten beroep doende ideologieën en perverse machtsstrategieën deden Europa meer dan eens in brand staan met Dachau, Treblinka en Auschwitz als extreem hallucinant culminatiepunt. Identiteiten, politiek vertaald in nationalisme, zijn kwetsbaar voor misbruik door totalitaire regimes. We moeten in een politieke context dus bijzonder omzichtig omspringen met het begrip. Dat begrip is bovendien niet eenduidig. Er bestaan honderden interpretaties van wat een identiteit precies is. In vele studies wordt het concept op diverse manieren gehanteerd en die zijn vaak incompatibel. Toch zijn er bibliotheken volgeschreven over het identiteitsbegrip en de mate waarin het toepasbaar is op deze of gene groep. Het moet dus wel enige maatschappelijke relevantie hebben. Je kan het niet meteen aan de kant schuiven.

In een grijs verleden heb ik ooit eens een thesis geschreven over de identiteit van de Québécois. Het toonde aan dat spreken over identiteiten een bijzonder complexe aangelegenheid is. De Québécois zijn niet louter te herleiden tot de Franstalige Canadezen. Het zijn eerst en vooral de inwoners van de provincie Québec, die zes miljoen zielen telt die haast integraal aan de oevers van de St. Laurent wonen. Het grootste deel is Franstalig, maar ondertussen zijn ook een grote groep mensen Engelstalig van thuis uit. De oorsprong van de immigranten – dat zijn ze behalve de aboriginal peoples allemaal – bevindt zich inderdaad voornamelijk in Frankrijk, maar intussen is ook Québec een melting pot. Zo wonen in Montréal meer dan tachtig nationaliteiten. De Franstaligen waren van katholieke huize en de Kerk nam, net zoals bij ons, tot diep in de tweede helft van de twintigste eeuw een dominante positie in. Naar buiten toe kwam Québec lange tijd als een Franstalig blok naar voor, want hun taal en cultuur – een groot onderdeel van hun identiteit – was binnen het hoofdzakelijk Angelsaksisch Canada in het bestaan bedreigd. Nationalistische partijen staken de kop op en tot twee keer toe werd een referendum georganiseerd waarbij de inwoners werd gevraagd of ze al dan niet een onafhankelijk Québec wilden of, als alternatief, ze in de Canadese federatie wensten te blijven. Twee keer, in 1980 en 1995, ving men bot. Nu via allerlei akkoorden en mechanismen de Franse taal en achtergrond substantieel wordt beschermd is de roep om onafhankelijkheid fel getemperd. Verwacht wordt dat een derde referendum met een duidelijk “non” de souverainistes definitief het zwijgen zou opleggen. Ze wagen zich er voorlopig niet meer aan. Het komt er op aan om een modus vivendi te vinden. Dit alles bewijst dat identiteit wél een rol speelt en culturele verrijking kan betekenen. Het is toch fascinerend dat er in een Angelsaksische woestijn nog steeds een Franstalige oase met een rijk cultureel erfgoed is. Identiteit op zich is niet vies. Belangrijker is hoe je er zelf mee omgaat. Een nieuwe generatie Québécois is zich bewust van zijn geschiedenis – de leuze is niet toevallig je me souviens – maar ze kijkt ook naar de toekomst in een Canada met grote opportuniteiten.

Het verhaal van Québec brengt ons automatisch naar ons eigen verhaal: wat met de Vlaamse identiteit? Is er überhaupt een Vlaamse identiteit? Ook hierover zijn honderden boeken geschreven en laaien de discussies met veel pathos op. Zelf heb ik nooit enige nood gevoeld om mij hiermee te associëren of voor het zogenaamd Vlaams-zijn op te komen. Het zegt me gewoon niets. Ik hou meer van de open, meertalige Belgische federatie, maar dat is een persoonlijk standpunt. U mag mij zelfs van enige dédain ten opzichte van de (in-)Vlaamse retoriek, hun provincialisme, hun folklore, hun symbolen, hun verhalen, hun voormannen, hun militanten en hun politieke partijen verdenken. What the f***… Je kan echter niet ontkennen dat een deel van de bevolking wel in dit discours wenst mee te lopen en dit als ideaalbeeld ziet. Ik wil hen met plezier proberen te overtuigen van mijn eigen gelijk, dat ook dat Vlaams gevoel een constructie is, maar het heeft per slot van rekening geen zin. Doen ze iets verkeerd met fier te zijn omdat ze Vlaming zijn? Zolang ze zich niet laten meeslepen door die horde platvloerse neofascisten en erkennen dat je ook met een andere huidskleur of een andere culturele achtergrond erbij kan horen mogen ze voor mijn part Vlaming zijn. Identiteit zit voor een groot stuk tussen de oren. Of beter: identiteiten. Men heeft er meerdere: men is Gentenaar in Oost-Vlaanderen, Oost-Vlaming in Vlaanderen, Vlaming in België en Belg in de wereld. Multiple identities.

Nationale en subnationale identiteiten zijn dus een feit en niet meteen een probleem voor de Europese beschaving (mét een joods-christelijke identiteit). Zolang je die goed beheert, ze niet misbruikt en er politiek correct mee omgaat. Aan Nicolas Sarkozy om te bewijzen dat hij dat kan. Moet Guy Verhofstadt dan met lege handen naar huis? Zijn supranationale on-identiteit is iets te vaag om nationale identiteiten op te volgen. Het kadert vooral in een nieuwe aflevering hoe maak ik mij nog maar eens onmogelijk voor een Europese topjob. Verhofstadt toont hiermee aan dat zijn cyclisch politiek gedrag gewoon verder gaat. De ideoloog en de machtspoliticus wisselen elkaar elk decennium af. In de jaren zeventig reisde de inspirerende PVV-Jongerenvoorzitter het ganse land af om iedereen van zijn visionaire ideeën te overtuigen. Als minister van begroting leerde hij de lepe truken kennen en toepassen, maar eenmaal in de oppositie kwam de filosoof weer boven. De burgermanifesten gingen de wereld veranderen. Na de dioxinekippen bewees Guy Verhofstadt opnieuw dat hij een machtspoliticus pur sang was. Nu hij terug met quasi lege handen staat zit hij weer in zijn ideologische fase. Als leider van een al bij al beperkte fractie in het Europees Parlement én grote verliezer bij het uitdelen van de portefeuilles moet hij weer een been hebben om over te klagen. Een idee om de wereld te veranderen. Da joenk blijft zichzelf. Het is nog maar de vraag of dat een slechte zaak is. En plein public inhoudelijke discussies voeren: het is wat anders dan de Europese president openlijk uitschelden. Ik zeg niet meteen nee tegen een stevig debat. Of is de hele zaak één toneelstuk om zijn fractie op de kaart te zetten? Ik zal voor één keer mijn cynisme in de kast stoppen. Trakteer me nu maar op een West-Vleteren, Guy…

De man die er altijd was

Met het overlijden van Edward ‘Ted’ Kennedy verliezen de Verenigde Staten zowel een instituut als de laatste grote telg van een koninklijke familie. Bij gebrek aan een echt vorstenhuis hebben de Amerikanen zich steeds op de glamour en glitter van de Kennedy’s gefocust. De gegoede familie uit Massachusetts bracht een drietal vlotte jongens voort die voorbestemd waren om het land te leiden, maar enkel John Fitzgerald schopte het tot president totdat hij in 1963 werd vermoord. Dallas & Oswald, weet u wel… Ook Bobby, die mogelijk nog meer uitstraling dan zijn broer had, zag nooit zijn kleinkinderen. Hij werd, in volle campagne voor de presidentsverkiezingen, in 1968 in Los Angeles vermoord. In vijf jaar tijd waren twee iconen van het toneel verdwenen. Twee mannen die het nieuwe, moderne Amerika symboliseerden hebben nooit hun ambities ten volle kunnen realiseren. De derde in de rij, Edward, schopte het noch tot minister, noch tot president, maar kon zich vanuit zijn functie als senator beter dan wie ook naar het centrum van Washington laveren.

Ondanks het feit dat hij met zijn 77 lentes niet stokoud is geworden bekleedde hij langer een publieke functie dan dat John of Bobby ooit hebben geleefd. In de Senaat was Kennedy een instituut geworden; de uitdrukking ‘Senator Kennedy’ zelfs een begrip. Hij deed in zijn lange carrière in de hoge vergadering – 47 jaar – meer dan 2500 wetsvoorstellen, waarvan een kwart effectief haar weg naar de Amerikanen vond. In alle grote issues van de laatste halve eeuw kon Kennedy met een gezaghebbende stem spreken. Hij was iemand die er altijd was en nooit verlegen om zijn mening te zeggen.

Zelf was hij niet onbesproken. Hij stond door zijn vaak flamboyante levensstijl meer dan eens in de roddelpers. Het ongeval waarbij een medewerkster aan de campagne van zijn broer omkwam is nooit echt opgehelderd. Kennedy leek van deze smet op zijn blazoen de laatste kwarteeuw geen last meer te hebben. Tot aan zijn ziekte reisde hij het land rond om zich voor zijn grote droom – gezondheidszorg voor iedereen – in te zetten. Net op het moment dat Barack Obama zijn grote hervormingen in de gezondheidszorg wil doorzetten verliest de president zijn prominente bondgenoot. De Verenigde Staten nemen afscheid van een kleurrijk figuur.

Dit artikel in de New York Times geeft een mooi beeld van Kennedy’s leven.