En toen kwam de iPad er aan

Twee jaar geleden, toen Steve Jobs nog tot de levenden werd gerekend, kon de iPad op deze blog niet meteen veel enthousiasme opwekken. Hadden we überhaupt nood aan een toestel tussen smartphone en laptop? Was het niet eerder een nutteloos hebbedingetje voor nerds en verwende kindjes? Onbekend was duidelijk onbemind. Twee jaar later is de tablet de wereld aan het veroveren en wordt het bestaan van die laptops stilaan in vraag gesteld. Is er nog wel plaats voor een toestel tussen tablet en desktop, voor zover u die nog in huis hebt? Het zal wel geen zo’n vaart lopen. De bezorgde Appleianen werden onlangs, als onofficiële waardemeter, door het moederhuis gerust gesteld met een nieuwe serie MacBooks. Maar het mocht niet baten: ook ik ging voor de tabletbijl, al was het maar om tijdens al mijn queestes niet telkens die vele kilo’s mee te moeten sleuren.

Het hoefde uiteraard niet per se een iPad te zijn. De toestellen die op Androïd draaien zullen zeer zeker hun verdiensten hebben, maar de verleiding was te groot om voor hét icoon van zijn generatie te kiezen. En bovendien laat de eenvoudige synchronisatie met grote en kleine broertjes en zusjes je geen keus. Eenmaal je in het Appleweb zit raak je er nauwelijks uit. Geniaal pervers. We degraderen onszelf tot een makkelijke prooi en leggen veel te veel geld op tafel voor enkele vierkante decimeter scherm. Soyons sérieux: zeshonderd euro voor de Wifi + 4G-versie met 16 gigabyte harde schijf is ronduit verderfelijk duur. We krijgen er dan wel iets voor terug dat ongetwijfeld heel waardevol is, maar blijven met een wrange nasmaak kampen.

De iPad is op het eerste zicht inderdaad een grote iPhone. Los van enkele extraatjes kan je er zelfs minder mee dan met de smartphone. Bellen is onmogelijk, tenzij je via Skype of andere apps stem in nulletjes en ééntjes omzet. Voor dagdagelijks telefoneren is het uiteraard niet gemaakt, maar precies die andere vorm van communiceren verloopt nergens beter dan met de iPad. Al was het maar omdat je kan zitten waar je wil: om te Skypen hoef je niet met z’n allen rond de desktop te staan zoals de halve straat dat bij de eerste televisies deed. In de zetel, op het terras of zelfs in bed: overal brengt de iPad je in contact met de niet zo boze buitenwereld. Natuurlijk, in theorie kan je dat ook met de laptop, maar dat toestel weegt precies dat ietsje meer en neemt net dat tikkeltje meer plaats in beslag dan de iPad om comfortabel te surfen, te Skypen of je vermeende vrienden in het oog te houden. Schandalig subtiele verschillen waarbij je je afvraagt of het niet onkies is om daarvoor een klein fortuin op tafel te leggen. De rijke Westerling is echter al zo ver gedegenereerd dat na die aanvankelijke gêne al snel de routine der gemakzucht intreedt. Waarom zouden we het niet doen als het ons leven iets aangenamer maakt?

Dat laatste is niet per definitie slecht of laf, want de iPad maakt ook andere zaken makkelijker. Het browsen gaat met de tablet aanzienlijk sneller dan met een laptop of desktop. Ook hier gaat het in het licht der eeuwigheid over te verwaarlozen microseconden, maar het verschil is merkbaar. Bovendien is het scherm bijzonder scherp en spelen filmpjes razendsnel af. Het verloopt zo vlot dat mensen met een beperkt volume dataverkeer best goed uit de doppen kijken, want het ding vreet bandbreedte. Vooral abonnementen van mobiel dataverkeer kunnen nogal snel de limiet bereiken, maar deze bezorgdheid geldt eveneens voor ‘vaste’ internetverbindingen. U weze gewaarschuwd. Tegelijkertijd moeten we ook steeds een blik werpen op het gebruik van de harde schijf: mijn zestien giga staan sneller vol dan je denkt. Het is duidelijk het absolute minimum, maar nog eens honderd euro extra betalen voor bijkomende schijfruimte was er toch wat over. Hopelijk is men in de toekomst iets guller.

Het geïntegreerde toetsenbord is al bij al comfortabel om relatief snel mee te typen, maar kan niet tippen aan een klassiek klavier. Het lukt, maar deze blogpost op de iPad tikken was een hele opdracht. Maar waar klagen we in godsnaam over? We kunnen nu ten minste vanuit de zetel of ons bed werken, nippend aan een tas thee. En wie er écht op staat kan via bluetooth een klassiek toetsenbord op de iPad aansluiten. Misschien moeten we dat toch maar eens proberen.

At the end of the day is de iPad een typisch Apple-product. Het verandert je leven niet, maar het maakt een aantal zaken toch een stuk makkelijker. Vóór de iPod had ik een aantal mp3-spelers die het nooit lang hebben uitgehouden, vóór de iPhone was de aankoop van een PDA met Windows Mobile een echte miskleun en vóór de MacBook had ik leren leven met de vele Windows-onhebbelijkheden. Na meer dan drie jaar functioneren alle Apple-alternatieven nog steeds naar behoren en kregen we alles gedaan wat we ervan verwachtten. Niets meer en niets minder. De aankoopprijs was dan wel stukken duurder, maar de tijdswinst en het veelvuldig vermijden van hartfalen rechtvaardigen de investering. En dat had men in Californië toch wel verduiveld goed gezien.

Tais-toi et pardonne!

Op dit moment is er in het Vlaamse tv-landschap niet echt een Saturday Night Live voor handen. Onze major networks houden er doorgaans om middernacht mee op of serveren nog eventjes een al dan niet creatieve film. De tijd dat Coda de avond afsloot ligt al weer enkele decennia achter ons. De Franse tv draait dan nog op volle toeren. France 2 zendt met On n’est pas couché op zaterdagnacht tussen elf en twee een nauwelijks vervelende show uit. Onder leiding van de flamboyante Laurent Ruquier steekt men niet enkel oeverloos de draak met de politieke actualiteit, maar wordt tegelijk een centrale gast ernstig op de rooster gelegd door twee doorwinterde journalistes. Natacha Polony en Audrey Pulvar onderwerpen elke week een man of vrouw met recente publicatie aan een kruisverhoor. Meestal gaat het om politici waarvan het bloed onder de nagels wordt gehaald. Niemand wordt gespaard, maar vorige zaterdag was er toch wel een heel speciale figuur te gast. En dat leverde merkwaardige televisie op.

De 26-jarige Laurent de Villiers, zoon van politicus en voormalig presidentskandidaat Philippe de Villiers, kwam zijn verhaal over incest in het uitgebreide oer-katholieke gezin vertellen. Vader de Villiers is gekend voor zijn radicaal-rechts anti-Europees discours, was indertijd een felle tegenstander tegen het Verdrag van Maastricht, ageert tegen de Islam en promoot traditioneel katholieke waarden, maar is ondertussen op zijn retour. Een B-figuur, een man uit het verleden, maar toch ook niet de eerste de beste: hij was meer dan twintig jaar lang voorzitter van het Conseil Général van de Vendée, hoewel het soortelijk gewicht van dat orgaan voor relativering vatbaar is. Ondanks alles leek de man een succesvol gezinsleven te hebben dat te gepaste tijde in de media werd uitgespeeld. Vader poseerde al eens met vrouw en de zeven kinderen in la presse people; het gezin is per slot van rekening één van de hoekstenen van de maatschappij. Schijn, aldus één van zijn zonen, bedriegt.

In het midden van het vorige decennium diende Laurent een klacht in tegen zijn oudere broer, die hem als kleine jongen enkele jaren ernstig seksueel misbruikt zou hebben. Vader opteerde er voor om publiekelijk een standpunt in te nemen tégen zijn jongere zoon en hem er zelfs van te beschuldigen een mythomaan te zijn. Er was geen misbruik; hij verzon maar wat en zou beter zwijgen. Na een lange juridische lijdensweg, waarin Laurent de Villiers naar eigen zeggen de ene vernedering na de andere onderging, werd de zaak geseponeerd. Intussen had hij het contact met zijn familie verbroken, verhuisde naar de Verenigde Staten en stichtte er een gezin. Over zijn lijdensweg schreef hij een boek – Tais-toi et pardonne! – en werd daarover door het panel van On n’est pas couché ondervraagd. Maar wisten zij wel met wie ze het hadden?

Omdat de zaak was geseponeerd kon niemand met zekerheid zeggen dat Laurent de volledige waarheid sprak. Bij het begin van het interview gaf de moderator dat dan ook duidelijk aan: wij spreken hier met u zonder te oordelen of u al dan niet een mythomaan bent. Wij kunnen het niet uitsluiten, maar gaan toch met u in gesprek. Het was gênant voor de jongeman om die woorden te ondergaan, maar hij onderschreef de rules of the game. De twee dames konden van start gaan. Toen werd het écht interessant: hoe meer ze hem ondervroegen, hoe minder het voor de buitenstaander duidelijk was dat ze hem als potentiële mythomaan behandelden. Hij antwoordde schijnbaar bijzonder oprecht op de soms pijnlijke feiten die hem werden voorgelegd. Miljoenen kijkers konden een zenuwachtige maar ingetogen kerel een traumatische ervaring uit de doeken zien doen. Want daar leek het toch op. Hoe langer het gesprek duurde, hoe meer je écht wel de indruk had dat hij de waarheid sprak. Misschien was het wel zo. Of was het een geboren manipulator? Het bleef een open vraag.

De show nam met deze getuigenis een groot risico. Stel dat het effectief een mythomaan was, waar hebben we dan een uur naar zitten kijken? Kan iedereen met een geloofwaardig maar vals verhaal letterlijk de show stelen? Uiteraard niet. Laurent was ook de zoon van Philippe, maar hoe de situatie ten huize de Villiers ook is, voor een politicus van zijn kaliber was deze getuigenis een uppercut. Hoe ver kan televisie met dit soort avonturen meewandelen? On n’est pas couché begaf zich op glad ijs. Moet kunnen. Maar niet te veel. Kijk vooral eens naar de Franse tv.

Designed by Apple in California

stevejobsHip en cool zijn moet je verdienen. Of je moet de tijd mee hebben. Dat was het lot van Bill Gates in de zomer van 1995. De lancering van dat nieuwe besturingssysteem, dat heel toevallig Windows 95 heette, leverde chaotische tv-beelden op. De fans stonden uren in de rij om die lichtblauwe doos met gekleurd venster aan te schaffen. Hun commentaren aan de uitgang van de lokale elektrogroothandel waren uitzinnig: Windows 95 ging de wereld veranderen. Wie een computer had die sterk genoeg was kon het ding zelf operationeel maken, maar dat was in die dagen nog niet vanzelfsprekend. “Laat het ding het liefst door een specialist installeren. De procedure is nogal moeilijk en je kan snel fouten maken die de computer om zeep helpen.” Men was gewaarschuwd, maar “op de meeste computers is Windows al kant en klaar geïnstalleerd.” Gelukkig, want anders gingen te veel mensen van een kale reis terug komen. Windows 95 was traag in vergelijking met de huidige software, maar het was alvast een grote vooruitgang. De vensters en programma’s waren al bij al makkelijk navigeerbaar. De PC deed in vele huishoudens zijn intrede. Iedereen aan het werk.

Of toch niet helemaal. Er waren ook van die nerds die met een ander systeem werkten. Mac? Ja, Mac. Gesymboliseerd door een appel, maar geen van ons wist precies hoe dat ding in elkaar zat. Kan men eens niet normaal doen en werken met de dingen waar iedereen mee werkt? La Flandre profonde. Afwijkende zielen werden al snel als aberrant aanzien. Geheel onterecht, zo bleek later, maar we zijn er allemaal schuldig aan. Een militante minderheid bleef het merk trouw in de hoogdagen van Microsoft.

Hoe meer we op de pc beroep moesten doen, hoe irritanter de onhebbelijkheden van Windows werden. 98 was een complete ramp. Een virus heeft ooit mijn volledige documentenboom naar de vaantjes geholpen; kopies maken op floppy’s was onbegonnen werk en telkenmale cd’s branden evenmin een aangewezen piste. Externe harde schijven waren toen nog toekomstmuziek. Ook de opvolgers werden met de dag onaangenamer. Virusscanners die de performantie omlaag haalden, schermen die van resolutie veranderden, automatische updates die crashten, f****** Service Packs die de boel in de war stuurden, draadloze netwerken die niet konden worden gevonden, foutmeldingen allerhande: kommer en kwel was ons deel, met het vermaledijde Vista als culminatiepunt. Na de diefstal van mijn laptop was het begin 2009 over en uit: ça suffit met Microsoft. Het was beslist: ik zou overschakelen naar Apple, of het nu zou klikken of niet, het kon me niet meer schelen. Over en uit met die rommel uit Seattle.

Een half jaar eerder had ik al kennis gemaakt met de iPod. Meegebracht uit de Apple Store op 5th Ave. Het ding werkte. En hoe. Misschien was zo’n MacBook nog niet van de kwaadste. Let’s give it a try. Met horten en stoten: veertien dagen lang heb ik dat ding verwenst. Totaal gedesoriënteerd. Eénmaal de vertrouwde Windowsreflexen uit de vingers waren en voor alle nevenprogramma’s Apple- of Open Source-varianten waren gevonden kwam de aha-erlebnis. Wow… dit marcheert… en komt me niet eindeloos lastig vallen met updates… en vindt netwerken als ik die nodig heb. Alle ergernissen uit het Windowstijdperk waren in één klap verdwenen. En dat zijn ze, tot spijt van wie het benijdt, tot op de dag van vandaag. Althans voor persoonlijk gebruik.

Daarna volgde de rest, met als absolute uitschieter de iPhone. Stuk voor stuk toestellen die ons leven niet hebben dooreengeschud, maar toch een stuk makkelijker hebben gemaakt. Ze doen gewoon wat je van hen vraagt. Ze lossen op een gegeven moment het gegeven probleem op. Niet meer, niet minder. Peperduur zijn ze, dat wel, zelfs woekerprijzen. Duur genoeg om nét niet af te haken. In Califonië speelde men er gewiekst op in.

Bedankt Steve. Een standbeeld krijg je niet, want dat zou er te ver over zijn, maar de boodschap dat je met creativiteit en leiderschap héél ver kan geraken blijft nog lang overeind.

Jesus Vandermeersch Superstar

Het De Standaard-bashen is vandaag de dag in kritische middens gemeengoed geworden. Het niveau van onze zelfverklaarde kwaliteitskrant wordt door vriend, maar vooral door vijand, graag op een enigszins negatieve manier beoordeeld. Ondergetekende heeft de voorbije tijd aan deze heksenjacht gretig deelgenomen en misschien was dat soms wat overdreven. Zelfrelativering is af en toe niet overbodig, maar vaak haalt ergernis het boven het evenwicht tussen lof en spot. Tot daar het goede nieuws voor de kwaliteitskrant.

Ons taalgebied heeft zeker nood aan een kritische pers die de maatschappij in het algemeen en de politiek in het bijzonder aan de tand voelt. In een democratie is dat niet meer dan normaal en clementie is in deze niet steeds op haar plaats. Italiaanse toestanden kunnen hier niet. Persvrijheid is het hoogste goed, maar houdt ook een risico in dat de genuanceerde balans tussen vrijheid en verantwoordelijkheid zoek kan zijn. De journalistiek heeft een essentiële maatschappelijke functie, maar wij hebben evenzeer het recht om die rol te evalueren en de pers op haar plichten de wijzen. Enkel de paus is onfeilbaar.

Toegegeven, ik heb onvoldoende munitie in stock om ook pijlen af te schieten op vergelijkbare gedrukte publicaties, maar ik zag De Standaard het voorbije decennium met lede ogen evolueren van een degelijke maatschappelijke barometer naar een dagelijks amalgaam van informatie, sensatie, politieke sturing en een lichte mate van opiniëring door externen die iets te vertellen hebben. Dit alles binnen een verslindende commerciële logica.

Peter Vandermeersch heeft de grote verdienste dat hij zijn dagblad(en) succesvol liet overleven in een onzekere tijd waarin de kanalen van nieuwsgaring explodeerden. Wie een internetaansluiting heeft kan kiezen uit een haast eindeloos arsenaal aan nieuwsbronnen, maar toch bleef het aantal klanten dat de papieren variant van De Standaard kocht stabiel. Meer nog: de cijfers stegen. Het commerciële succes werd onder prijzen bedolven, maar wat werd hiervoor opgeofferd? Zowat alles wat we van een kwaliteitskrant verwachten.

In de eerste plaats ruimde de sérieux van de krant plaats voor een grotere integratie van zacht nieuws. Berichtgeving waar geen inspanning voor nodig is en die het alledaagse leven van verwende Holly- en Bollywoodnesten in het lang en het breed uitsmeren. We hebben de voorbije jaren met z’n allen de rise and fall van Britney Spears uitgebreid kunnen lezen. Dat een bijzonder deel der Belgen dit dag na dag wil volgen is niet meer dan normaal, want het kind heeft enkele leuke deuntjes op haar naam staan, maar is de zelfverklaarde kwaliteitskrant hiervoor wel het geschikte kanaal? Ik zoek voor dat soort dingen liever de gespecialiseerde pers op, want die vertellen mij nog meer smeuïge details over het kaalscheren van de Amerikaanse schone.

Zacht nieuws is ook sportnieuws. Een substantieel deel van dit stuk van de aardkloot is geïnteresseerd in de Tour, de Vlaamse klassiekers, de overwinningen en nederlagen van Anderlecht, maar moet de cover van 11 mei 2009 daarom enkel een foto van Tom Boonen bevatten met als titel “Quickstep beslist vandaag”? De verslaving van de arme man kost misschien wel symbolisch zijn kop, maar dit weekend was dat toevallig letterlijk het geval in Sri Lanka voor meer dan 200 exemplaren van deze mensheid. Ik weet dat ik mij hier wellicht bezondig aan het onderscheid tussen hoofd- en bijzaken, maar soms is dat eens nodig.

Dat onze vaderlandse politiek enigszins woelige tijden heeft gekend zullen zelfs de rechtstreeks betrokkenen niet ontkennen. Daar behoort de kwaliteitskrant als waakhond natuurlijk ook bij, zij het dat ze niet als de courante herdershond, maar als een occassionele pittbull met plezier dood en vernieling zaait. Natuurlijk is de formatiesaga van 2007 en de val van Leterme I niet te wijten aan de redactie van De Standaard, maar de krant deed niets liever dan continu zout in de wonde te gooien met opiniëring waarvan de lijn eerder de vorm van sinistere bergwegels aannam.

Met grote trom werd recentelijk elk Vlaams en Europees parlementslid geëvalueerd. Mooi zo, maar de manier waarop de algemeen hoofdredacteur van het krantenconcern dit verpersoonlijkte deed me meer denken aan een onemanshow dan aan een adequate evaluatie zoals we het verwachten. Daarbij hoeven we geen algemeen applaus voor de ‘goeie’, maar een gratuite quotering, waarbij inhoudelijke zaken die niet in de media kwamen haast niet in rekening werden gebracht, gaat mijn petje te boven.

Met de pompeuze aankondiging van de Stemtest doet de krant bovendien mee aan de ultieme debilisering van de politiek. Over het wetenschappelijk gehalte van de test stel ik mij geen vragen, maar is de ware overtuiging van een weldenkend mens wel in een online survey te meten? De mijne alleszins niet. Was ik met een mindere hoeveelheid meningen geboren dan liet ik mij hier wellicht door leiden. Daar moet een krant helemaal niet voor zorgen. Dat je vaak bij de SLP uitkomt is voor mij nog niet het ergste – mensen in nood hebben recht op een opkikker – maar dat men impliciet of expliciet mijn vrije wil gaat beïnvloeden zit mij wel hoog.

Moraal van dit verhaal? Deze krant heeft alle waardigheid verloren en is in een pure marktlogica terechtgekomen. U vraagt wij draaien; meer nog: wij willen zelfs in uw plaats denken. Wat een service. Ik vind het erg om te constateren dat De Standaard nog niet aan de knieën van Le Monde of de New York Times reikt. Ik wil niet terug naar de tijd van Manu Ruys, maar als men niet snel een serieuzer profiel aanneemt verglijdt dit in pure rubbish. Dat is jammer, want de redactie van De Standaard heeft heel zeker veel talent in huis. Revolte?

Over pers, Dendermonde en arrogantie

Naar aanleiding van het drama van Dendermonde is er een polemiek ontstaan over de berichtgeving van deze tragedie. In het Nederlandse praatprogramma Pauw & Witteman gaf de Dendermondse burgemeester Piet Buysse al een sneer naar de pers en de manier waarop ze het hele gebeuren coverden. Wat later deed Walter Zinzen er nog een schepje bovenop in een opinieartikel in De Standaard. Zelf kon ik ook mijn mond niet houden op peteraspeslagh.be, al wil ik mij in alle bescheidenheid niet op dezelfde hoogte plaatsen als beide eerder aangehaalde mannen.

Op een nuancering bij het gedrag van de pers volgt een te verwachten represaille. De ene is al zwaarder dan de andere, maar het huidig debat irriteert mij dermate dat ik het woord arrogantie niet wil schuwen. Ik weet dat mijn oordeel over de pers in het algemeen en De Standaard in het bijzonder soms wat streng is, maar als men zichzelf met brio als ongelooflijk interessant marketeert, mét een algemeen hoofdredacteur die met graagte vele goedmenende lui neersabelt, is enige nederigheid op zijn plaats.

Vandaag publiceert de krant twee opinieartikels (hier en hier) waarin persmensen hun eigen gelijk verkondigen. Dat is hun volste recht, maar hun motieven waarmee ze Walter Zinzen pogen te counteren vind ik bijzonder zwak en gaan aan de ganse discussie voorbij.

Zinzen had het vooral over het soort informatie waarmee de berichtgeving buiten alle proporties was gerekt: “De baby-moordenaar was amper gearresteerd of hij stond met naam, toenaam en foto in de krant. Niet één foto, maar verscheidene. Niet klein, maar groot. Met lang haar, hoewel in de begeleidende teksten te lezen stond dat hij zijn haar nu geknipt heeft. Een kniesoor die daarop let. Vergelijk deze praktijk met de in Nederland gangbare. Daar heet de verdachte nog altijd Kim De G. In de meeste kranten zonder foto. Zijn de lezers, kijkers, luisteraars in Nederland daarom minder goed geïnformeerd dan wij? Beseffen onze Belgische redacties dan niet dat de schandpaal niet meer thuis hoort in ons justitieel systeem en dat alleen de rechter straffen mag uitspreken? Denkt niemand aan de gevolgen voor de omgeving van de verdachte? Waarom moeten ook de ouders en andere familieleden van de jonge man gestraft worden? Hiermee slaat hij de nagel op de kop. Wat voor boodschap hebben wij aan die foto? Waarom moeten de ouders meteen openlijk worden gestigmatiseerd? Waarom moet hun huis in beeld komen? Waarom moeten wij weten dat het een ‘gegoede familie’ is? Dit gaat aan de kwestie voorbij.

Eric Goens, directeur informatie bij VTM, repliceert Zinzen dat hij “Wellicht heeft u niets dan intellectualistisch misprijzen voor al die mensen die wél willen geïnformeerd worden over feiten die hen raken tot in het diepste van hun hart, die vragen doen rijzen over de maatschappij waarin zij leven, en die antwoorden willen op al die vragen.” Ik heb last van plaatsvervangende schaamte als ik prominente figuren uit ons medialandschap zich op populistische argumenten moet betrappen. Wij moeten inderdaad worden geïnformeerd, maar dan louter op correcte en relevante informatie. Géén overbodige informatie. Als de journalisten hier geen beredeneerd oordeel over kunnen vellen, dan doen ze hun metier onrecht aan. Punt uit.

In dit geval werden – door haast alle media – hoofdzaken niet van bijzaken onderscheiden. Elk saillant detail had een nieuwswaarde. Dat hiermee levens van onschuldigen – jawel, de ouders en familie van de verdachte – werden geruïneerd doet er blijkbaar niet toe. Die mensen hebben er ook niet voor gekozen dat hun zoon dergelijke wrede feiten zou stellen. Niemand heeft hier iets aan, behalve de media die op die manier onderlinge duels pogen te winnen en hun omzet vergroten. Men doet mee aan de instandhouding van de sensatiecultuur. Daar heeft niet enkel Walter Zinzen geen boodschap aan; élke man of vrouw die het mediaproduct consumeert heeft hier geen zaken mee. Naast vrijheid heeft de pers ook een zekere verantwoordelijkheid. In geen enkel recent ‘drama’ hebben we de pers deze verantwoordelijkheid weten op te nemen. Aasgieren? Burgemeester Buysse zat wellicht niet ver van de waarheid…

Deze discussie is een dovemansgesprek. Beide partijen zijn even onverzoenbaar als de standpunten van Bart De Wever en Olivier Maingain. Feit is dat de pers dezer dagen de marktlogica laat primeren op haar maatschappelijk te vervullen rol. Gelukkig hebben we nog mensen als Walter Zinzen die niet bang zijn om neergesabeld te worden bij het uiten van een kritische noot.

The day we made the headlines

Het drama van Dendermonde is ook de buitenlandse pers niet ontgaan. We stonden uitgebreid op de websites van de meest illustere kranten en TV-kanalen, waar men met wisselende nuance verslag uitbracht over dit trieste gebeuren. De goede vrienden van De Standaard hebben hun best gedaan om alles in kaart te brengen. Informatief, dat wel, en het kan onze ijdelheid ten zeerste strelen, maar het heeft toch ook een pervers kantje. We zijn er bijna fier op dat wij als klein landje nog eens de wereldpers halen, n’importe quoi… Zelfs tot in Brazilië toe heeft men oog voor het gebeuren. Het Jornal do Brasil titelt Monstro belga, met een foto van wijlen Heath ‘Joker’ Ledger, op wie de dader, ene Kim D., zich zou hebben geïnspireerd.

De zelfverklaarde Vlaamse Kwaliteitskrant had pagina’s te kort om de zaak te coveren. Als ik het goed heb geteld werden de eerste tien bladzijden door de Dendermonderamp ingepalmd. Alles moest aan bod komen en iedereen moest zijn zegje doen. Het is de rol van een Kwaliteitskrant om hierover genuanceerd te berichten, maar zo’n disproportioneel aantal vierkante decimeter berichtgeving doet het niveau van de krant aardig in de buurt komen van dat van Het Laatste Nieuws, waarvan de Kwaliteitskrant zich toch steeds wil onderscheiden. De mensen vragen er om, meneer.

Het is niet de eerste keer dat ik mij hier negatief uitlaat over onze pers, maar vandaag bracht nog maar eens het bewijs dat de sensatiedrang het haalt boven de inhoud en de veelzijdigheid van het nieuwsaanbod. Dat er aan de andere kant van de wereld ook veel zaken met grote nieuwswaarde gebeuren kan de krant vaak niet schelen. Een continent als Zuid-Amerika komt in onze pers haast nooit aan bod, tenzij er gijzelingen, moorden of zware verkeersongelukken (met minstens vijftien doden) gebeuren. Hoogstens een presidentsverkiezing haalt het ‘normale’ nieuws. Het dagelijkse leven, de sociale problemen en de culturele rijkdom van het continent komen nauwelijks aan bod, terwijl daar ook veel te beleven valt. Niemand is er in geïnteresseerd, meneer.

Kortom, onze Kwaliteitskranten zijn naar de u-vraagt-wij-draaien-logica geëvolueerd en dat vind ik bijzonder betreurenswaardig. Gelukkig is er nog het internet waarmee we échte Kwaliteitskranten à la Le Monde of de New York Times kunnen lezen. Arm Vlaanderen…

De story van Knack

phara de aguirre lieven van gilsDaarnet met open mond naar Phara gekeken. De discussie tussen de aanwezige persgasten leek meer op een robbertje vechten en een spelletje om – ter – breedst – opentrekken – van – de – beerputten dan op een praatprogramma. Aanleiding was de ‘coverage’ die de recente echtscheiding van Vlaams Belang-kopstuk Marie-Rose Morel en haar al dan niet vermeende relatie met voormalig Hauptmann Frank Van Hecke kreeg.

Naar verluidt was Knack relatief vrijpostig geweest met het uitbrengen van details van Morel’s vechtscheiding. Hoofdredacteur Karl van den Broeck mocht het komen uitleggen. Hij ging niet enkel met Phara de Aguirre en Lieven Van Gils in de clinch, want ook zijn collega van Story zat in het panel. Het kwam er op neer dat men verwonderd was dat een serieus magazine à la Knack zich amuseerde met het uitbrengen van smeuïge details van een romance waar wij verder geen zaken mee hebben. Dat men dat bij Story doet is geen verrassing, want het is hun core business. Maar Knack? Van den Broeck verdedigde zijn stelling door te zeggen dat dit niet enkel een liefdeshistorie is, maar ook een politiek feit dat aantoont dat het monolithische Blok minder monolithisch is dan men doorgaans aanneemt. Morel zou zich als een sluwe dame tussen de grote drie hebben gemanoeuvreerd en hen uit elkaar drijven. Voor het eerst sinds 1978 lijken er breuken te komen in het zootje ongeregeld.

Het artikel zelf heb ik nog niet gelezen – ik pleit in deze schuldig – maar het debat leek me duidelijk te zijn. Los van het feit dat het flagrant gebruik van intrieste privé-gegevens wat mij betreft buiten een journalistiek werk moeten blijven, ben ik het niet eens dat dit een politiek feit is. Het niet-zo-monolithische Blok is al lang niet meer de traditionele geöliede machine. De overwinningsnederlaag van de gemeenteraadsverkiezingen van 2006 had al voor een groot stuk de politieke kracht van de partij verminderd. Het was precies de pers die hen als onoverwinnelijk had voorgesteld. De goegemeente plachtte het te geloven en liet bijgevolg het maatschappelijke debat jarenlang over het cordon sanitaire gaan. Soms draaide elke politieke discussie op café uit op een confrontatie tussen believers en non-believers van dat cordon. Ik ben hier steeds principieel in gebleven: met die mensen kan je onder geen beding samenwerken. Punt uit. Next question.

Vandaag de dag gaan de discussies nog steeds over kwesties die de agendasetting hebben overleefd, maar daarin is het Blok – of Belang zo u wil – minder prominent aanwezig. Dat er een kamp-Morel, een kamp-Dewinter, een kamp-Annemans en vroeger kampen-Demol en -Colen zijn of waren is al jaren een politiek feit. Liefdesbrieven of -mails veranderen daar niets aan. Het doet de reputatie van Knack geen goed.

De reactie van Thomas Siffer, de spreekwoordelijke derde hond in het debat, was voorspelbaar. Hij ging ronduit voor zijn marktsegment en maakte duidelijk dat hij wat ontgoocheld was om in deze zaak zelf niet de primeur te hebben gehad. Hij had wel een interview met de ex-man van Morel, waarin die zijn hart uitstortte, en dat maakte zo te zien een en ander goed. Als het blad daar troost in kan vinden dan gun ik hen deze zakdoek voor het huilen. Knack had deze veldslag gewonnen en haar vele serieuze journalisten zullen wellicht geflatteerd zijn om eventjes dezelfde League als Story te hebben gezeten. Dat laatste blad verkneukelde zich overigens over haar kwaliteitsvolle uitgebreide berichtgeving over de recente perikelen van Ignace Crombé, of hoe de man ook moge heten. Gelukkig zijn er nog de Humolezers die hem tot lul van het jaar zullen verkiezen, maar ik rond deze beschouwing best af, want voor ik er erg in heb wordt peteraspeslagh.be nog een segmentconcurrent.

Alle gekheid op een stokje. Phara en co hebben hun vragen, zij het zo te zien niet zonder enig leedvermaak, kordaat afgevuurd en maar goed ook. Gelukkig voor Karl van den Broeck zijn vaklui zoals Maurice De Wilde en Walter Zinzen intussen geschiedenis, want die hadden hem vast en zeker nog verder verbaal opgepeuzeld.

Betrapt in de Kamer

Facebook: u hebt er één, ik heb er één en ook heel wat leden van de Kamer van Volksvertegenwoordigers hebben een eigen profiel aangemaakt. Deze vorm van social software is bij uitstek voor politici van kapitaal belang als ze hun netwerk willen blijven onderhouden. Directer contact kan bijna niet. Vanop zijn of haar Blackberry kan de soevereine volkswil in het statusveld meteen aanduiden wat de huidige activiteit of geestesgesteldheid is.
jacquelinegalant3

Ook op de laptop kan je uren Facebooken. Zélfs in het halfrond tijdens een interventie van Yves Leterme. De premier verdedigde met brio het standpunt van de regering met betrekking tot de hoge ontslagvergoedingen, maar blijkbaar was niet iedereen even aandachtig. Op deredactie.be kon men het niet laten om op een Facebookend parlementslid in te zoomen. Wie is deze snode dame die liever vrienden maakt dan naar de uitleg van de regeringsleider te luisteren? Bon, ik hou niet van populisme of van het opsporen van zondebokken, maar ik ben té nieuwsgierig om niet uit te zoeken wie dit wel is. Na eliminatie en vergelijken van robotfoto’s kan het haast niemand anders dan MR-kamerlid en burgemeester van Jurbise Jacqueline Galant zijn.

jacquelinegalant2
Ook de naam die naast de foto kan niets anders dan Jacqueline zijn. Leve PrintScreen…

jacquelinegalant4

Wil deredactie.be met dit inzoomen op het Facebook van Jacqueline Galant tonen wat voor onverschillige wezens kamerleden zijn? Ach nee. Het zijn ook maar mensen…

Politiek incorrecte passie

top gear

Al enkele maanden is Canvas toch op maandag weer een oord waar de zoeker meerwaarde vindt. Het zal de openbare omroep wellicht enige dukaten hebben gekost om bij de BBC de rechten voor het uitzenden van Top Gear te bekomen. Nooit eerder werd het omstreden Britse autoprogramma op een Belgische zender vertoond. We kunnen er allemaal maar beter van worden.

Top Gear is geen autoprogramma zoals een ander. Het wordt niet gepresenteerd door een dame die op de regionale zender op automatische piloot een expert interviewt over de nieuwe Daihatsu. Neen. De BBC laat drie viriele kerels mét zin voor zowel humor als sarcasme op u los. Jeremy Clarkson, Richard Hammond en James May zijn totaal verschillende kwajongens die nooit hun puberteit zijn ontgroeid, maar op een fantastisch politiek incorrecte manier het fenomeen auto zelfs voor de grootste groene jongen toegankelijk maken, tenzij je een fundi van de ergste soort bent.

Ze cultiveren elk maar al te graag hun eigen imago. Keer op keer is een auto de oorzaak van hun botsing. Clarkson is de dominante macho, een betweter van formaat die fier is op zijn anti-groene karakter. Hij breekt met graagte Fiat Panda’s en voornoemde Daihatsu’s tot op de bodem af, hanteert voor het begrip ‘middelmatigheid’ gebruikelijk de term ‘Belgium’ en beveelt iedereen een Range Rover als stadswagen aan. Hammond – Hamster pour les intimes – is de guitige ideale schoonzoon die met zijn looks menig vrouwenhart sneller doet slaan en zijn passie voor een Porsche 911 niet onder stoelen of banken steekt. Gelijk heeft hij. De derde trawant, James May, bevindt zich aan overzijde van het spectrum der karakters: de dromer, de stille jongen die van robuuste, degelijke sleeën houdt en als eerste vindt dat het gestoei welletjes is geweest, al was het maar omdat hij te lui is om het gemaakte puin te ruimen als de anderen hem weer eens van de baan rijden. Kortom, drie kwibussen die u laten weten dat er in elke man ook na zijn vijfendertigste een kind schuil gaat.

De ene aflevering is de andere niet. Soms testen ze een aantal al dan niet exclusieve vehikels, gaande van die dekselse Fiat Panda tot de Bugatti Veyron, waarmee May in Europa een snelheidsrecord voor een productiewagen vestigde. In andere episodes laten ze zien dat je met de auto tot alles in staat bent. Je kan ermee een woestijn oversteken, de Noordpool bereiken of gewoon genieten van de schitterendste Alpenzichten. De auto is er zowel voor avonturiers als voor levensgenieters, die ondanks een obligate pijne rug nergens liever vertoeven dan in hun Laambourghienie Moercijelagow. Wij genieten mee, want de beeldkwaliteit van de BBC is superieur.

Ondanks de perfecte omkadering loopt het soms goed fout. Hammond kwam bij een test met een dragster – een lange wagen aangedreven door een vliegtuigmotor – ei zo na om het leven toen hij ook een snelheid- en acceleratierecord aan het vestigen was. De wagen ging tegen bijna 400 km/u over de kop en liet Hammond in coma achter. Nog geen half jaar later was hij terug op post en ging vrolijk door. Coma? Ik? Kom nou…

Top Gear schuwt de provocatie niet. In een poging om uit te vissen of je bij een bezoek aan de Verenigde Staten voor een rondrit niet beter een afgedankte wagen koopt in plaats van een dure te huren deden ze een ritje van Miami naar New Orleans. Onvermijdelijk kom je Alabama op je weg tegen. Toevallig is een niet onaardig deel van de bevolking er eerder republikeins-rechts gezind, dus vond het triumviraat het nodig om met Alabama-incompatibele slogans op hun wagentjes rond te rijden. Op Hammond’s pick-up stond “Man love rules ok” te lezen, Clarkson stak de draak met country music en Nascar, terwijl May fier “Hillary for president” etaleerde. Bij een petrol stop was het raak. De vrouw des huizes raadde hen op een nogal directe wijze aan om op te rotten, of “she would call the boys”. Prompt kwam een horde rednecks – mannen die op een nogal kritische manier tegenover liberals staan, to say the least – aandraven en die gingen gay Hammond, cultuurbarbaar Clarkson en Democrat May letterlijk laten voelen waar het in de Deep South op slaat. Toen de Cadillac van May net op dat moment dienst weigerde was er eventjes paniek, maar Hammond’s startkabels spaarden zijn kompaan van een handgemeen. Ze hadden gekregen waar ze om hadden gevraagd en het leverde dan ook legendarische TV op. Show, dat wel, maar ten minste goede show.

De mannen weten natuurlijk waar ze mee bezig zijn. Clarkson, de oudste van de drie en leider van de gang, deinst er niet voor terug om zijn prijs op te drijven ten koste van het loon van zijn metgezellen. Het leidde onlangs tot irritatie en zette eventjes de toekomst van het programma op het spel. Arrogantie is net zoals bier: geniet, maar met mate…

Is da te gevoolge van die peerikels met de Waaaln meschienst?

yves letermeYves Leterme is volgens de laatste berichten ten prooi gevallen aan een inwendige bloeding. Eventjes maakten serieuze media gewag van een aanval van hepatitis, maar toen de check en de dubbelcheck toch niet zo betrouwbaar bleken werd die piste verlaten. Het was mooi om zien hoe hln.be zich liet beïnvloeden door demorgen.be en hoe standaard.be een synthese maakte van demorgen.be en deredactie.be. Uiteindelijk was het tot laat in de avond wachten tot er effectief nieuws was. Ondertussen hielden lalibre.be en lesoir.be het op een simpele mededeling dat Yves Leterme was gehospitaliseerd. Bescheidenheid siert…

De audiovisuele pers had het enigszins anders begrepen. Ze ging naar de man in de straat, met name die in Ieper, de thuishaven van Leterme. Domme vragen kregen domme antwoorden en dan nog in een West-Vlaams waarvan je als West-Vlaming een acute aanval van plaatsvervangende schaamte krijgt. “Is da te gevoolge van die peerikels met de Waaaln meschienst?” “Ejste miniester, j’is dadol zeeker?” Het zou van een onnoemelijk professionalisme getuigen indien men deze mensen duidelijk zou ondertitelen, al moet dit dan ook voor edele lieden uit Antwerpen en Limburg gebeuren. Is het nu zo moeilijk om vijf woorden correct uit te spreken?