Charleroi City Safari

De esthetiek van het lelijke. Over Charleroi is al veel inkt gevloeid, maar hoe gaat het er echt aan toe? Enkele weken geleden trokken we op City Safari in de stad aan de Samber. De vlag dekt wel degelijk de lading. Clichés worden bevestigd en op sommige plekken is de toestand niet alleen ernstig, maar ook hopeloos. Toch is er in Charleroi ook plaats voor initiatief waarmee een nieuwe generatie terug leven in de stad wil pompen. Maar de erfenis van het verleden is verpletterend zwaar. Je hebt verdomd sterke schouders nodig om die last aan te kunnen.

Een uitgebreide fotoreportage kan je op mijn Engelstalige site, Eclectic Wall, bekijken.

Advertenties

Dag 2 // Keulen – Frankfurt

DSC04508In een ver verleden heb ik op de middelbare schoolbanken moderne talen gestudeerd en daar was Duits één van. We deden alle mogelijke oefeningen om de taal onder de knie te krijgen, maar wat ben je er mee als je er nooit effectief gebruik van hoeft te maken? In onze shared room kwam daar verandering in. Een Duitse jongeman, die ons bij het opstaan in een Teutoons dialect hardop tot stilte had aangemaand, lijkt bij onze terugkeer van het ontbijt ontwaakt te zijn. De kerel was zelfs bereid tot een gesprek. Hij hoorde dat we onderling aan het praten waren over het online plaatsen van foto’s op Flickr en begon zich ongevraagd – in het Duits – in onze discussie te mengen. De man beweerde Informationmanager [met Duitse tongval] te zijn. De expert veegde onmiddellijk onze argumenten van tafel. Vergeet Flickr. Facebook is de toekomst. Zet alles op het sociale netwerk. Hij had duidelijk een mening over de zaak en wou ons dat haast manu militari opdringen. Hij was per slot van rekening Informationmanager. Een betweter van formaat. In shared rooms kom je van alles tegen en dat is best boeiend: van Amerikaanse jongedames in Valencia, halve junkies en dronken Britten in New York City tot een arrogante Duitser in Keulen. De wereld is mooi.

Bij daglicht wordt onze vrees bevestigd: dit is een slordige stad met weinig karakter. Allemaal naoorlogse gebouwen waarvan het ene al meer geslaagd is dan het andere. Ze vormen geen geheel, geen harmonie, maar louter een juxtapositie van Duitse efficiëntie. Meestal goed gebouwd, vaak moderne architectuur maar bovenal saai. Men doet er desalniettemin alles aan om het leven van de inboorling makkelijker te maken. Overal zijn werken aan de gang. Bovendien worden nieuwe metrolijnen aangelegd om u snel van de ene kant van de metropool naar de andere te vervoeren. De U-bahn (metro) en de S-bahn (Strassenbahn – tram) zijn overigens in het ganse land op dezelfde wijze benoemd en belogot. Geen kakafonie van metro’s, premetro’s, kusttrams, stadstrams die men metro noemt, sneltrams, lightrails of andere vormen van smalspoor, maar U-bahnen und S-bahnen. Uniformiteit en efficiëntie: you love it or you hate it.

Trappen

<!–DSC04547–>Van buiten af gezien lijkt de Dom van Keulen best indrukwekkend. Het is een bijzonder hoge kathedraal die met haar 15738 centimeter enkel door de collega’s van Ulm en, godbetert, Yamoussoukro, het megalomane gedoe in Ivoorkust, wordt overtroffen. Niet enkel de toren, maar ook het naaf blinkt uit in hoogte. Hier strandt Keulen op de achtste plaats in een competitie waar de kathedraal van Beauvais de onbetwiste leider is. De Dom is dan wel weer de primus als het over de verhouding tussen hoogte en breedte gaat. Closer to God? Misschien wel. Binnenin is het andere koek. Het interieur van de Dom is mooi, maar we hebben al mooiere gezien. De trap naar de crypte toe bevat onderaan een wel heel foute tegel: een zwart-grijs kruis dat ook op nazi-uniformen terug te vinden was. Als we respect opbrengen voor de chronologie is enige invloed onmogelijk, maar post factum is het alvast een aparte verschijning.

DSC04553De klim naar de top van de toren is een koopje, maar in die prijs is de vereiste conditie niet inbegrepen. Je moet het allemaal zelf doen. Hier geen liften, maar wel de volle 509 treden via een minuscule trap waar tweerichtingsverkeer is toegelaten. Langsheen de tocht naar de hemel zagen we enkele kostbare klokken die deftig wat lawaai kunnen maken. Verwacht eenmaal boven niet te veel. Het panorama toont een enorm grote stad. De weinige heropgebouwde historische panden zijn wel mooi, maar steeds moet je in het achterhoofd houden dat het replica’s zijn. Toch zijn er een aantal uitzonderingen. In een groot modern complex naast de Dom is Museum Ludwig gevestigd. De collectie is niet van de poes. Er hangen een reeks Picasso’s en een mooie Dali. Ook René Magritte komt aan bod. In de kelder waren zowaar echte Warhols en Lichtensteins opgesteld. Na de Tate Modern enkele weken geleden opnieuw een flink uit de kluiten gewassen portie pop art. Museum Ludwig is een must voor iedereen die meer dan één dag in deze stad is opgesloten.

Wolff

Keulen laten we dan ook al snel achter ons en nemen met veel plezier de Autobahn, waar Wolff de Golf behendig tussen de Mercedessen, Audi’s, BMW’s en occasionele Porsches laveert. Dit is zalig voor de autoliefhebber. Hier kunnen de paarden hun potentieel op de wereld loslaten. De motor komt op toeren en kan dat lange tijd blijven. Speeden door de Duitse nacht zonder te moeten uitkijken voor een flitscamera of een rijdende chicane. De chauffeurs leggen eens te meer een voorbeeldige discipline aan de dag. Eenmaal alle snelheidslimieten worden losgelaten maken ze plaats voor wie gebruik maakt van de vrijheid om zijn of haar raspaard volop te laten galopperen. Kom je in een zone waar wél beperkingen gelden, dan drukt men beheerst op het rempedaal zonder de collega-weggebruikers te bruskeren. Geen show, geen uitzonderlijke risico’s. “You Germans have absolutely no sense of humour” zei Basil Fawlty ooit. Zo is het ook in het verkeer: sec en beheerst doch vriendelijk de medemens in het verkeer bejegenen. Alle remmen los als het mag, treintje rijden als het moet.

DSC04601Frankfurt

We zien op twee manieren dat we Frankfurt naderen. In de donkere Duitse hemel duiken hier en daar gele en rode lichtpuntjes op. De rode pinken. Frankfurt is na Heathrow de tweede grootste luchthaven van Europa en de grootste van het vasteland. Licht versiert ook hét kenmerk waardoor deze stad in Europa een speciale plaats inneemt: Frankfurt heeft een heuse skyline. Een dozijn wolkenkrabbers wachten bezoekers van heinde en verre op. Het is noch New York City, noch Chicago of zelfs Los Angeles, maar stilaan begint de gezichtseinder vaste vorm aan te nemen. Still counting: het werk is nog niet af. In het donker is het wat zoeken naar de torens, maar de contouren tekenen zich alvast af. Mainhattan.

Stationsbuurten trekken overal de meest diverse creaties der natuur aan. In Frankfurt is het niet anders. We zijn niet in de aap gelogeerd – het hostel is in orde en is niet naar een zwart schaap genoemd – maar we slapen de twee komende nachten wel boven een stripteasetent. Op de eerste verdiepingen zien we de silhouetten van schaars geklede dames die hun bewonderaars pogen te imponeren. U raadt het al: we zitten midden in de rosse buurt, maar laten het niet aan ons hart komen. Er zijn veel ergere dingen dan dat. Last van een onveiligheidsgevoel heb ik zelden. Of is mijn relativeringsvermogen naïef? Onveiligheidsgevoel zit vooral tussen de oren. Je moet natuurlijk steeds uit je doppen kijken en getto’s, favela’s en dubieuze wijken vermijden. Et alors? Zelfs na diefstal van laptop en fototoestel ben ik niet bevreesd om naar Charleroi te gaan. Laat het een les wezen. Op sommige plaatsen laat je gewoon geen elektronica achter. Frankfurt, zélfs met deze buurt, is geen Palermo aan de Main. Ons vertrouwen in de Duitse Grundlichkeit en haar ordediensten is groot genoeg.

De Europese Centrale Bank (ECB) kunnen we van mijlenver tussen de andere kantoorgebouwen herkennen aan de grote verlichte eurosymbolen. Het relatief sobere gebouw ligt op de grens van de oude en de nieuwe stad. De Willy Brandt-Platz vormt de scheiding tussen beide. Rondom het plein zijn de meeste skyscrapers te vinden. Ze schermen op die manier het historische centrum af van de saaie degelijkheid van de naoorlogse Duitse architectuur. Het is een constante op deze trip.

DSC04605Ook hier moeten we de obligate kerstmarkt trotseren, maar tot groot jolijt is men rond acht uur ’s avonds al aan het inpakken. We zijn er niet rouwig om. Ons interesseert op dit moment maar één ding: een stevige maaltijd. Slecht voor zowat alles wat de mens draaiende moet houden, maar als de nood hoog is, dan is er geen stoppen meer aan. Dit wordt vreten, net zoals alle andere Duitsers in het restaurant. Er is geen ander woord voor. Deze mensen spelen het ene na het andere naar binnen. Voor één keer hebben we een excuus om ons vol te proppen met Frankfurterworsten: het is een lokale specialiteit. Hot Dogs zijn in deze stad een vorm van culinair toerisme. De oblilgate Bratkartoffeln, Zwiebeln, varkensvlees én geitekaas vinden zonder verpinken de weg naar onze maag. Duizend Dikke Duitsers achter een gigantische emmer bier: de clichés benaderen toch enigszins de realiteit.

Blog op WordPress.com.

Omhoog ↑